Vetgehalte in Houdbare Halfvolle Melk: Een Diepgaande Analyse

Melk is een vloeistof die door vrouwelijke zoogdieren wordt geproduceerd na de geboorte van een nakomeling, en die dient als voedsel voor die nakomeling. Melk bestaat uit water, vetten, eiwitten, lactose en zouten. Wanneer men spreekt over "melk", wordt daar over het algemeen koemelk mee bedoeld. Het woord melk is afkomstig uit het Middelnederlands, gesignaleerd rond 1253. In het Oudnederlands komt het woord mlechan voor.

Voor de verwerking van melk voor de voedingsmiddelenindustrie wordt meestal koemelk of geitenmelk gebruikt. Op veel kleinere schaal worden schapenmelk, buffelmelk en kamelenmelk gebruikt. In Europa, Turkije en Rusland wordt ook paardenmelk geproduceerd. Buffelmelk wordt vrijwel uitsluitend voor de productie van kaas gebruikt. Vroeger werd ezelinnenmelk gebruikt als vervanger voor moedermelk, omdat het qua samenstelling sterk overeenkomt. In het noorden van Scandinavië en Rusland wordt ook rendiermelk gebruikt, in Rusland zelfs elandenmelk.

Melk bevat melkvet. In 1940 werd in Nederland de melkstandaardisatie ingevoerd, die het minimale en maximale vetgehalte bepaalt voor (afgeroomde) melk die onder verschillende benamingen mag worden verkocht. De huidige regels zijn vastgelegd in het Warenwetbesluit Zuivel. De kwaliteit van melk wisselt door het jaar heen. Afhankelijk van de omstandigheden is de melk iets magerder of voller. Omdat fabrikanten en de overheid een uniform product willen, wordt verse melk standaard afgeroomd tot een percentage van 3,5%.

Rauwe melk is het uitgangsproduct voor de zuivelsindustrie. Bij niet gehomogeniseerde melk komt de room snel bovendrijven. Omdat de Nederlandse veestapel TBC-vrij is, is rauwe melk in principe vrijgegeven voor consumptie. Volgens de NVWA is het drinken van rauwe melk onverstandig; in het begin van de 21e eeuw zijn diverse mensen ziek door geworden. Ook het FAVV raadt het drinken van rauwe melk af. Dit komt doordat er in rauwe melk veel bacteriën kunnen zitten, zoals campylobacter en salmonella. Boeren mogen in Nederland wel rauwe melk verkopen omdat ervan uit wordt gegaan dat de kopers de melk thuis koken vóór consumptie, wat de bacteriën doodt. Bij ieder verkooppunt is een duidelijk leesbare vermelding verplicht dat rauwe melk voor gebruik gekookt dient te worden.

In Nederland wordt melk in de winkel aangeboden als magere, halfvolle en volle melk. Deze benamingen hangen samen met het vetpercentage. Volle melk uit de supermarkt heeft een vetpercentage van minimaal 3,5%. Voor halfvolle melk is dat minimaal 1,5%. Toch is er geen roomlaag te zien na één dag staan in de koelkast. Nalezen van de verpakking levert niets op. Volle of halfvolle melk uit de supermarkt roomt niet meer op omdat het is gehomogeniseerd.

In een homogenisator wordt melk onder hoge druk door een dunne spleet geperst. De vetbolletjes spatten uiteen en worden 10 keer zo klein. Eigenlijk zit een pak melk ‘vol’ met minuscule vetbolletjes, homogeen verdeeld door de vloeistof. Je hoeft het dus niet meer te schudden voor gebruik. Dit proces zorgt ervoor dat je geen roomlaag ziet na een dag in de koelkast te hebben gestaan.

Homogenisatieproces van melk

Melk komt van melkkoeien. In Nederland zijn er al eeuwen veel boeren die koeien houden en melk leveren. Van melk wordt een groot aantal melkproducten gemaakt. Zuivel is een andere naam voor melk en melkproducten. Zuivel is in Nederland een onderdeel van een gezond voedingspatroon en staat daarom in de Schijf van Vijf.

Om melk langer houdbaar te maken, moeten de meeste bacteriën worden gedood. Daarom ondergaat rauwe melk in de zuivelfabriek een aantal bewerkingen. Gepasteuriseerde melk en melkproducten zijn kort verhit, rond de 72°C. Hierbij worden niet alle bacteriën uitgeschakeld. Bij sterilisatie worden alle bacteriën gedood door het sterk te verhitten boven de 100°C. Daarom is gesteriliseerde melk lang houdbaar en staat het buiten het koelvak in de winkel. Het sterk verhitten voor langere tijd zorgt ervoor dat de melk een afwijkende smaak krijgt. Tegenwoordig is gesteriliseerde melk meestal kort verhit op ultrahoge temperatuur (UHT). De smaak van UHT-producten wijkt minder af van gepasteuriseerde melk dan bij de ‘oude’ manier van steriliseren.

Vergelijking van pasteurisatie en sterilisatie

Melk en melkproducten bevatten zowel eiwit, vet als koolhydraten. Ze zijn een bron van de vitamines B2, B12 en calcium. Het levert bovendien mineralen als fosfor, kalium, magnesium en zink. Afhankelijk van de hoeveelheid vet levert het ook vitamine A. Melk en melkproducten, waaronder kaas, leveren gemiddeld ongeveer 60% van de dagelijkse inname van calcium en 40% van die van vitamine B12. In sommige zuivelproducten zoals vla, pudding en vruchtenyoghurt zit toegevoegd suiker.

Volle melk en melkproducten bevatten meer verzadigd vet dan magere of halfvolle zuivel. Het vet in melk bestaat uit meer dan 60% verzadigd vet. Het vetgehalte van een aantal melkproducten is wettelijk bepaald. In de fabriek worden de vetgehaltes aangepast en halen ze vet uit melk. Per beker volle melk is dat 8 gram vet, waarvan 5 gram verzadigd vet.

Vetgehalte in Melkproducten (per 100 ml)
Product Vetgehalte (gram) Verzadigd Vet (gram)
Volle melk minimaal 3,5 ongeveer 2,3
Halfvolle melk minimaal 1,5 ongeveer 1
Magere melk maximaal 0,5 ongeveer 0,3
Slagroom minimaal 30 ongeveer 20

Heb je vet nodig? Je hebt vet nodig. Vet is een belangrijke brandstof voor je lichaam. Vet zorgt er ook voor dat je vitamine A, D en E binnenkrijgt. Verder verklein je de kans op hart- en vaatziekten als je verzadigd vet vervangt door onverzadigd vet. Bekijk onze 2 tips voor vet in jouw voeding.

Hoe past halfvolle melk in je eetpatroon? Je weet nu hoeveel vet en verzadigd vet er in halfvolle melk zit. Wil je weten hoeveel vet je elke dag neemt? In Mijn Eetmeter kun je langere tijd bijhouden wat je eet en drinkt. Dit online dagboek berekent dan hoeveel energie en voedingsstoffen je in totaal binnenkrijgt.

Wil je een andere hoeveelheid of eenheid kiezen van ‘halfvolle melk’? In de caloriechecker kun je dit aanpassen.

Zuivel verkleint het risico op darmkanker. Het gebruik van 400 gram zuivel per dag hangt samen met een ongeveer 15% lager risico op darmkanker. Het gebruik van melk hangt per 200 gram per dag samen met een 10% lager risico op darmkanker. De bevinding dat inname van calcium uit supplementen ook samenhangt met een lager risico op deze ziekte ondersteunt dit verband. De gevonden verbanden staan beschreven met de term risico. Lees meer over het beoordelen van risico’s.

Eet je yoghurt, dan verklein je de kans op diabetes type 2. Veel verzadigd vet in de voeding verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Een deel van het vet in zuivel is transvet. Dit vet geeft nog meer risico op hart- en vaatziekten. Calcium is van belang voor de botontwikkeling en daarmee voor het voorkomen van botontkalking (osteoporose).

In melk zitten melksuikers, ook wel lactose genoemd. Wanneer lactose niet of niet volledig wordt verteerd, is er sprake van lactose-intolerantie. In harde kazen zit geen lactose meer. Dit komt doordat het gefermenteerd is. Hierbij zetten melkzuurbacteriën lactose om in melkzuren.

Koemelkallergie is de meest voorkomende voedselallergie bij baby's. Bij een koemelkallergie moeten koemelk en kunstvoeding op basis van koemelk vermeden worden. Bepaalde supermarkten verkopen sinds oktober 2016 2 soorten melk: ’gewone’ melk en zogenoemde A2-melk. De 2 soorten verschillen in een bepaald type eiwit. Het eiwit beta-caseïne uit melk bestaat namelijk in 2 varianten, de A1- en de A2-variant. In melk van Nederlandse koeien komt zowel de A1- als de A2-variant voor, maar voornamelijk de A2-variant. Over de A2-melk wordt gesuggereerd dat het beter te verteren is of minder darmklachten geeft. Er is alleen geen goede onderbouwing met resultaten uit grote betrouwbare onderzoeken die dit bewijst. In 2009 heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) een uitgebreid onderzoek gedaan naar het peptide (bouwsteen van eiwit) dat ontstaat bij de vertering van de A1-variant van beta-caseïne.

In rauwe melk kunnen onder andere de bacteriën campylobacter, listeria, salmonella, E. coli, Bacillus cereus en Staphylococcus aureus voorkomen. Verhitting doodt deze bacteriën. Diergeneesmiddelen kunnen in de melk terecht komen, maar hier wordt streng op gecontroleerd. Koeien die antibiotica hebben gekregen, worden een bepaalde tijd apart gemolken. De melk gaat niet mee naar de fabriek. Wat de koe binnenkrijgt, kan ook in koemelk terecht komen. Melkproducten zijn een bron van dioxineachtige stoffen. Deze schadelijke stoffen zitten in het melkvet. Halfvolle en magere zuivel bevat daarom minder dioxines en PCB’s. Er zijn veiligheidsnormen vastgesteld. In Europa is het niet toegestaan om melkkoeien hormonen toe te dienen. In andere landen zoals de Verenigde Staten wel.

Halfvolle en magere melk en melkproducten staan in de Schijf van Vijf vanwege de positieve effecten op de gezondheid. Lees meer over zuivel en vul de Schijf van Vijf voor jou in voor een voedingsadvies op maat. Puur de voedingsstoffen uit zuivel kun je vervangen door te kiezen voor een plantaardige vervanger met eiwit en toegevoegd calcium en vitamine B2 en B12, zoals bepaalde sojadranken. Plantaardige vervangers van zuivel leveren niet de gezondheidswinst van zuivelproducten.

In rauwe melk of kaas gemaakt van rauwe melk kunnen bacteriën zitten. Mensen met een lage weerstand, zieken, zwangeren, ouderen en jonge kinderen kunnen producten van rauwe melk beter vermijden of ze door en door verhitten.

Europese voedingsmiddelen die minstens 50% zuivel bevatten, krijgen een speciaal logo. Dit ‘EU-ovaal’ bevat de code van de producent, de aanduiding EG en de afkorting van het land van herkomst. Meestal komt de melk ook uit dat land maar dat hoeft niet zo te zijn. Alle erkende Nederlandse zuivelbedrijven hebben een nummer. Als er een probleem is met de melk, kan op deze manier getraceerd worden waar de melk vandaan komt. Er zijn ook melkproducten in Europa wettelijk beschermd. Zij mogen zich vernoemen naar een regio, omdat ze ook echt daarvandaan komen. Dit zijn producten met een Beschermde Oorsprongs Benaming (BOB).

De reis van melk

Melkveehouderijen moeten voldoen aan strenge eisen op het gebied van milieu. Een melkkoe produceert ongeveer 13.000 kilogram mest per jaar. Te veel mest zorgt voor vervuiling van de bodem en het water. Dit komt door het nitraat, fosfaat en vooral door het ammoniak dat in mest zit. Daarom heeft de overheid een mestbeleid. Een bedrijf mag niet meer dan een bepaalde hoeveelheid mest produceren. De mest moet ook op de juiste manier verwerkt worden. Zo mag mest niet meer worden uitgereden, maar alleen worden geïnjecteerd in de grond. Ongeveer de helft van de ammoniakuitstoot in Nederland komt uit mest van de melkveehouderij. Ammoniak slaat neer als stikstof. Stikstof maakt de grond van nature voedselarme natuurgebieden rijker. Hierdoor verdwijnt juist veel variatie in plantengroei. De impact op het milieu is ongeveer hetzelfde als koeien buiten lopen of niet.

Van alle veehouderijen veroorzaakt de rundveehouderij de meeste broeikasgassen. In Nederland nemen melkveehouderijen 8% van de broeikasgassen voor hun rekening. Binnen de veeteelt is de bijdrage van methaan aan het broeikaseffect het grootst. Herkauwers zoals koeien maken methaan aan in hun maag. Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen door de melkveehouderij met ongeveer 1/5 verminderd. Dat komt vooral doordat er minder koeien zijn. Biologische melkveehouderijen stoten per hectare ongeveer 1/3 minder broeikasgassen uit dan gangbare veehouderijen. Ze houden gemiddeld minder koeien op meer grond en gebruiken geen kunstmest.

De melkindustrie draagt ook bij aan de CO2-uitstoot. Dit broeikasgas komt vooral door het energieverbruik dat nodig is om melk te produceren. Koeien hebben veel voer nodig en het verbouwen daarvan kost water en energie. Denk met name aan energie die nodig is voor tractoren, melkmachines, transport en de productie van kunstmest. Daarnaast krijgen koeien krachtvoer, zoals sojaschroot en mais, zodat ze meer melk kunnen geven. Als koeien extensief gehouden worden, valt het water- en energiegebruik mee. Dit wil zeggen dat ze grazen op uitgestrekte landerijen en geen krachtvoer eten. Het komt in Nederland weinig voor dat koeien extensief worden gehouden.

De melkveehouderij heeft ook een pluspunt. Het grasland wordt heel goed benut door het houden van melkvee. Het menu van melkkoeien bestaat voor 2/3 uit gras. Gemiddeld eet een koe 60 kilo gras per dag. Bij het Nederlandse landschap horen koeien. Tegenwoordig zijn er minder koeien en lopen er minder koeien buiten dan vroeger. De meeste koeien in Nederland zijn Holstein-Friesian koeien. Dit ras produceert de meeste melk. De ammoniak in mest zorgt voor minder diversiteit aan planten en insecten in het weiland. Dat heeft voor een deel te maken met veranderingen in de melkveehouderij, bijvoorbeeld de schaalvergroting en het verdwijnen van houtwallen en bosjes. Ook loopt het aantal weidevogels terug, met name de grutto verdwijnt. Duizenden melkveehouders hebben als maatregel een contract met de overheid om, tegen vergoeding, hun werkwijze aan te passen. De boer maait het gras bijvoorbeeld niet als de weidevogels aan het broeden zijn. Ook maait en bemest de boer niet bij de slootkant, zodat in de sloot geen meststoffen terecht komen.

In Nederland worden geen genetisch gemodificeerde koeien gehouden. Melk en melkproducten bevatten dus ook geen genetisch gemodificeerde stoffen. Melkbedrijven moeten voldoen aan regels voor het voederen, de verzorging en de huisvesting van dieren, de hygiëne in de melkstal, de melkopslag en behandelingen van de veearts.

In sommige melkveehouderijen krijgen melkkoeien beter de kans om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Het welzijn van koeien die buiten in een weiland kunnen lopen is beter dan van koeien die op stal blijven. In de wei kunnen koeien zich natuurlijk bewegen, kuddegedrag vertonen, spelen, onbeperkt grazen en liggen in verschillende houdingen. De wei is meestal schoon, droog en biedt een verende ondergrond. Het rondlopen is ook goed voor de poten, klauwen en uiers van melkkoeien. De meeste melkkoeien lopen in de zomermaanden overdag buiten. Staan de koeien in de zomer overdag minimaal 120 dagen buiten dan mag het weidezuivel genoemd worden. Eerst was dit alleen herkenbaar door het EKO-keurmerk. Ongeveer 1/3 van de koeien staat het hele jaar op stal. Dat heeft een aantal oorzaken. Een boer heeft niet altijd voldoende grond bij het bedrijf om alle koeien naar buiten te laten. En als er te veel koeien lopen op een stukje land, worden de normen voor nitraat en fosfaat uit mest al snel overschreden.

In Nederland wordt het meeste melkvee in ligboxstallen gehouden. Hierin kunnen koeien vrij rondlopen en naar behoefte eten. De koeien lopen over betonnen roosters boven een mestkelder. Iedere koe heeft een eigen ligplaats of ligbox. Biologisch melkvee leeft vaak in potstallen. Koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De stal wordt 1 of 2 keer per jaar uitgemest. Een enkele boer houdt nog koeien in een grupstal. In grupstallen staan koeien vastgebonden naast elkaar. Achter hen langs loopt een ‘grup’ waarin de mest en urine van de koeien worden opgevangen en afgevoerd.

Boerderij met melkkoeien

tags: #vetpercentage #houdbare #halfvolle #melk