De complexe relatie tussen lichaamsgewicht en levensverwachting

De relatie tussen lichaamsgewicht en levensverwachting is complex en onderwerp van veel onderzoek. Hoewel algemeen wordt aangenomen dat overgewicht en obesitas de levensverwachting negatief beïnvloeden, nuanceren recente studies dit beeld. Het is niet alleen het gewicht zelf, maar ook de duur van overgewicht, de lichaamsbouw en de verdeling van vet dat een rol speelt.

Overgewicht en levensverwachting: Nuances en paradoxen

Vroeger werd aangenomen dat overgewicht de levensduur aanzienlijk verkort. Nieuw onderzoek, gebaseerd op gegevens van bijna 4 miljoen mensen uit 4 werelddelen, suggereert echter dat overgewicht de levensduur met minimaal 1 jaar verkort, en bij ernstige obesitas zelfs tot wel 10 jaar. De gevolgen van overgewicht blijken erger dan men eerder dacht, met name het risico op hart- en vaatziekten, longproblemen en kanker is groter bij mensen die kampen met overgewicht.

Echter, een studie van de Rijksuniversiteit Groningen suggereert dat matig dikke mensen even lang leven als mensen met een normaal gewicht. De levensverwachting bij overgewicht (BMI 25-29.9) is voor mannen zelfs hoger dan bij laag normaal gewicht (BMI 18.5-22.9). Dit betekent echter niet dat er geen nadelige effecten zijn. De levenskwaliteit kan wel degelijk achteruitgaan: matig zwaarlijvige mannen leven gemiddeld twee jaar langer met beperkingen na hun 55ste dan mannen met normaal gewicht. Voor vrouwen is dat verschil maar liefst 3,2 jaar. Alleen ernstige zwaarlijvigheid (een BMI van 35 of meer) verhoogt de sterfte.

Een andere benadering komt van sociaal geograaf Ryan Masters, die stelt dat gezondheidsonderzoek verkeerde normen hanteert voor de definitie van gezond gewicht. Volgens hem is overgewicht acht keer dodelijker dan de huidige schattingen op basis van de BMI aangeven. Deze paradox ontstaat doordat overgewicht enerzijds de kans op diabetes, hart- en vaatziekten en bepaalde kankersoorten vergroot, maar anderzijds het overlijdensrisico niet tot nauwelijks vergroot. Veel op bevolkingsonderzoeken gebaseerde berekeningen komen zelfs uit op een licht verlaagd overlijdensrisico voor mensen met een BMI tussen 25 en 30, de definitie van overgewicht.

Grafiek die de U-vormige relatie tussen BMI en sterfterisico weergeeft

Factoren die de risicobeoordeling van overgewicht beïnvloeden

Masters identificeert drie belangrijke factoren die de risicoverhoudingen van overgewicht scheeftrekken:

  • Lichaamsbouw: De BMI houdt geen rekening met iemands lichaamsbouw. Een hogere BMI als gevolg van veel spiermassa wordt in bevolkingsonderzoeken gelijkgesteld aan een hogere BMI door vetmassa.
  • Duur van overgewicht: Recent ontstaan overgewicht heeft veel minder negatieve gevolgen voor de levensverwachting dan levenslang overgewicht. Omgekeerd voorspelt recent ontstaan gewichtsverlies weinig goeds, maar dit wordt op één hoop gegooid met van nature slanke mensen.
  • Vetverdeling: De vetverdeling speelt ook een rol, maar wordt momenteel niet meegenomen in risicobeoordelingen.

Masters' analyse van data uit het NHANES-cohort (National Health and Nutrition Examination Survey) toonde aan dat twintig procent van de mensen met een ‘gezond gewicht’ in het decennium daarvoor nog overgewicht of obesitas had. Tegelijkertijd had 37 procent van de mensen met overgewicht en zestig procent van de mensen met obesitas in het voorgaande decennium een lager BMI. Masters benadrukt dat gewichtsverlies op latere leeftijd een gevolg kan zijn van ziekten die juist door levenslang overgewicht worden veroorzaakt. De consequentie van een hoge BMI voor de gezondheid en het overlijdensrisico zijn niet als een schakelaar; ze zijn afhankelijk van hoe lang iemand met overgewicht kampt.

Wanneer Masters' methode wordt toegepast, verdwijnt de typische U-vormige curve die de relatie tussen BMI en sterfterisico weergeeft. Dit suggereert dat de huidige risicobeoordelingen bijgesteld moeten worden. Masters hoopt dat zijn onderzoek wetenschappers en beleidsmakers aanzet tot voorzichtigheid bij het trekken van conclusies op basis van BMI als momentopname en dat zij zich realiseren dat de huidige ‘crisis in de volksgezondheid’ mede gevoed wordt door een obesogene omgeving.

De impact van overgewicht op de hersengezondheid

Ook op latere leeftijd heeft het zin om op een gezond gewicht te letten, omdat dit het risico op cognitieve achteruitgang kan beperken. Onderzoekers van het Radboudumc hebben een relatie gevonden tussen overgewicht en hersengezondheid bij ouderen met de ziekte van de kleine vaten in de hersenen (cerebral small vessel disease - cSVD). Wereldwijd neemt het aantal mensen met zowel dementie als overgewicht sterk toe, waarbij het hart- en vaatstelsel een belangrijke schakel vormt. Overgewicht vergroot het risico op hart- en vaatziekten, en een goede doorbloeding is essentieel voor een optimale hersenfunctie.

Hersenscan die de hippocampus en grijze stof toont

Onderzoekers Ilse Arnoldussen en Amanda Kiliaan ontdekten dat mensen die op middelbare leeftijd obesitas hebben, later in hun leven (tussen 70 en 80 jaar) een plotselinge daling in lichaamsgewicht ervaren, wat samenhangt met cognitieve achteruitgang. In de RUN-DMC studie volgden zij ruim 500 volwassenen (50-85 jaar) gedurende negen jaar. Bij deelnemers met cSVD werd een duidelijke relatie gevonden tussen een hoger lichaamsgewicht en minder grijze stof in de hersenen, met name in de hippocampus, een gebied dat gerelateerd is aan dementie. Vooral veel buikvet bij ouderen correleert met een versnelde achteruitgang in de hoeveelheid witte stof in de hersenen.

Arnoldussen benadrukt dat het idee dat afvallen op oudere leeftijd geen zin meer heeft, onjuist is. Haar onderzoek toont aan dat gewichtsbeheersing op latere leeftijd de hersenen gezonder kan houden. Kiliaan voegt toe dat cSVD een vroege oorzaak is voor veel neurodegeneratieve aandoeningen, zoals Alzheimer en Parkinson.

Hoe obesitas het risico op hart- en vaatziekten verhoogt | Hartziekten

Overgewicht, diabetes en levensverwachting bij ouderen

De Rotterdamstudie, die ongeveer 6500 mensen van gemiddeld 69 jaar gedurende gemiddeld 11 jaar volgde, onderzocht het effect van overgewicht en obesitas op het krijgen van diabetes en op het sterftecijfer. De resultaten toonden aan dat mensen met overgewicht en vooral obesitas een duidelijk grotere kans hadden op diabetes, en deze ziekte ook vroeger ontwikkelden. Mannen met obesitas kregen gemiddeld 2,8 jaar eerder diabetes dan mannen met een gezond gewicht, en vrouwen met obesitas 4,7 jaar eerder. Opvallend is dat dit geen invloed had op de totale levensverwachting.

Dit sluit aan bij eerdere studies die aantonen dat overgewicht of obesitas op middelbare en oudere leeftijd geen invloed heeft op de levensverwachting bij mensen met diabetes. Sterker nog, sommige onderzoeken suggereren dat de overlevingskansen juist beter zijn bij een hoger gewicht, een fenomeen dat bekend staat als de obesitasparadox. De precieze verklaring hiervoor is nog onduidelijk.

Het is echter belangrijk om niet alleen naar de totale levensverwachting te kijken, maar ook naar het aantal gezonde jaren. Doordat diabetes bij mensen met overgewicht en obesitas vaker en vroeger optreedt, is het aantal ‘zieke’ jaren hoger, wat de levenskwaliteit kan beïnvloeden en de ziektekosten enorm kan verhogen. Daarom blijft inzet op een gezond gewicht en een gezonde levensstijl om diabetes te voorkomen cruciaal. Bij oudere mensen met overgewicht en diabetes ligt de focus meer op een gezonde leefstijl en minder op vermagering.

De conclusie van de Rotterdamstudie is dat overgewicht en obesitas bij een oudere populatie de kans op diabetes verhogen, maar dat noch het overgewicht noch de diabetes invloed lijkt te hebben op de levensverwachting van deze specifieke groep. Dit zegt echter niets over de rol van overgewicht of diabetes op jongere of middelbare leeftijd op de overleving.

Tabel met de gemiddelde leeftijd van diabetesdiagnose bij mannen en vrouwen met en zonder obesitas

tags: #relatie #tussen #lichaamsgewicht #en #levensverwachting