COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) is een chronische longziekte die ademhalingsproblemen en benauwdheid veroorzaakt. De afkorting COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Diseases (chronische obstructie van de luchtwegen). Het is een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem. COPD is een ziekte waarbij de longen steeds verder achteruit gaan. Het belangrijkste gevolg is kortademigheid, maar ook slijm ophoesten, vaak moe zijn en weinig spierkracht hebben zijn veelvoorkomende klachten van mensen met COPD. COPD is niet te genezen. Bij COPD hebben je longen moeite met het opnemen van zuurstof en maak je meer slijm aan. Je wordt dan snel benauwd als je beweegt. Te weinig lucht is niet prettig en kan je angstig maken. Daardoor ga je misschien minder bewegen, waardoor je spieren zwakker worden. Dit kan je klachten erger maken.
Roken is de grootste veroorzaker van het chronisch ontstekingsproces in de longen en is verantwoordelijk voor 40-60% van COPD-ontwikkeling. Daarnaast kunnen ook andere oorzaken dit ontstekingsproces veroorzaken, zoals luchtvervuiling (op het werk, binnen- en buitenshuis) en genetische factoren. Ook is erfelijkheid een factor met invloed. Roken is de belangrijkste oorzaak. Maar ook mensen die zelf nooit gerookt hebben kunnen het krijgen. Als u het hebt, is het slijmvlies van uw luchtwegen langdurig ontstoken. Bijvoorbeeld door verkoudheid van luchtweginfecties, prikkelende lucht van rook en uitlaatgassen (fijn stof), schadelijke stoffen op het werk (houtstof, lijm, verfdampen), meeroken, slecht behandelde astma of door een erfelijke ziekte wordt de ontsteking van het slijmvlies erger. Na verloop van tijd beschadigt deze ontsteking uw longen.
De pathologie bij COPD gaat verder dan alleen de longen. Het heeft ook invaliderende systemische effecten, zoals spierverlies als gevolg van malnutritie. Malnutritie bij COPD zorgt voor een snellere afbraak van ademhalings- en skeletspieren, een verminderde inspanningstolerantie en een slechtere algehele gezondheid. Patiënten krijgen daardoor klachten als vermoeidheid, een lage grijpkracht, een traag looptempo, onbedoeld gewichtsverlies en een verhoogd valrisico. Bij patiënten met COPD is regelmatig sprake van een of meerdere voeding gerelateerde aandoeningen zoals ondervoeding, sarcopenie (verlaagde spiermassa), ongewenst gewichtstoename overgewicht/obesitas, kwetsbaarheid in het algemeen (frailty) en afwijkingen in micronutriënten (bijvoorbeeld vitaminen en mineralen). Deze aandoeningen worden in de praktijk echter niet altijd vastgesteld. Het niet herkennen van aan voeding gerelateerde aandoeningen is problematisch vanwege het uitblijven van adequate behandeling.
Bij beginnende COPD heeft u vooral last bij zware lichamelijke inspanning, zoals sporten. Als deze aandoening verergert, word u al benauwd van aankleden, een stukje lopen of boodschappen doen. Naarmate de klachten ernstiger worden, kost normaal ademen steeds meer energie en word je sneller benauwd. Als gevolg van deze aandoening treedt een afname van conditie, spierkracht en lichaamsgewicht op. Ook overgewicht komt veel voor. Dit resulteert in beperkingen in fysiek functioneren en afname in kwaliteit van leven. Ruim één derde van de mensen met deze aandoening ervaart dat hun longziekte emotioneel een weerslag heeft op hun leven. Veel mensen met COPD wandelen, tuinieren, fietsen (e-bike) of doen yoga. Je kunt zelf het beste inschatten wat je wel en niet kunt.
Een van de eerste klachten bij COPD is kortademigheid. Als je snel buiten adem bent, ga je, bijna onbewust, inspanning vermijden. Ze komen in een negatieve spiraal terecht en hun ziekte vordert snel. En ze zijn niet zomaar wat uit conditie, hun spieren zijn echt ziek. Door COPD is ademhalen moeilijker geworden voor je, elke ademhaling kost energie. Dat is vaak frustrerend. Wanneer je start met sporten ben je in het begin benauwder. Daarom voelt sporten misschien niet natuurlijk. Toch is het erg belangrijk dat je met COPD voldoende beweegt. Je traint je spieren en bent minder vatbaar voor een longaanval. Je krijgt ook een betere conditie waardoor je minder snel moe bent en sneller herstelt van bijvoorbeeld griep. Niet voor iedereen is bewegen even vanzelfsprekend. Als je een longziekte hebt kan bewegen ook eng zijn: wat als je extra benauwd wordt of nog vermoeider? Alle vormen van bewegen zijn goed. Je hoeft niet op de loopband in de sportschool, als je daar niet van houdt. Met een wandeling naar de supermarkt heb je al een hele stap gezet. Wissel de vormen van bewegen af.
De rol van Fysiotherapie en Revalidatie
Het is belangrijk dat je elke dag beweegt. De oefentherapeut helpt je om weer meer te gaan bewegen. Zo versterk je je spieren en verbeter je je uithoudingsvermogen. De oefentherapeut vraagt eerst naar je klachten en naar hoeveel je dagelijks beweegt. Ook kijkt de oefentherapeut naar je spierkracht, je uithoudingsvermogen, en naar hoe je ademhaalt en hoest. Na het onderzoek maakt de oefentherapeut samen met jou een behandelplan. Je krijgt oefeningen om je ademhaling te verbeteren en je spieren en uithoudingsvermogen te versterken. Door te trainen verbetert de doorbloeding in de spieren. Via de bloedvaten komt de zuurstof dan makkelijker in de spieren. De oefentherapeut helpt je om weer meer te gaan bewegen en om ook na afloop van de oefentherapie te blijven bewegen. Je krijgt oefeningen en tips die helpen om in het dagelijks leven actiever te worden. Je komt twee of drie keer per jaar terug bij de oefentherapeut om samen te kijken hoe het met je klachten gaat.
In Nederland zijn er fysiotherapeuten die gespecialiseerd zijn in begeleiding van mensen met COPD. Je arts kan je doorverwijzen of je kunt zelf op zoek gaan. Controleer vooraf wat je zorgverzekeraar wel en niet vergoedt. De fysiotherapeut kan je helpen met verschillende dingen. Bijvoorbeeld met het verminderen van klachten bij dagelijkse activiteiten. Vanaf 2020 werken fysiotherapeuten volgens een nieuwe richtlijn, dat wil zeggen volgens nieuwe afspraken. Hierin staat ook welke behandeling volgens onderzoek het beste werkt bij jou. De fysiotherapeut gaat met je in gesprek en doet een aantal testen. Daarbij kijkt de therapeut naar verschillende dingen. Ademhalen bijvoorbeeld, wat ook wel het adembewegingsapparaat wordt genoemd. Ook kijkt de therapeut naar wat je nog kunt ondanks de COPD, dit noemen ze fysieke capaciteit. Samen met de therapeut bedenk je welk doel voor jou haalbaar is. De trap oplopen zonder benauwdheid te ervaren bijvoorbeeld. Of naar de supermarkt kunnen wandelen zonder te stoppen. Wat is ervoor nodig om je doel te behalen? Bijvoorbeeld krachttraining om de spieren sterker te maken of ademhalingsoefeningen om minder benauwd te worden? Dit staat allemaal in het behandelplan van de fysiotherapeut. Hier staat ook in hoeveel behandelingen je nodig hebt en wat je thuis zelf nog kunt doen. Als je je doel behaald hebt dan kan de behandeling stoppen. Om te voorkomen dat je achteruit gaat moet je thuis blijven bewegen en oefenen. De fysiotherapeut kan je ook vragen om op controle te blijven komen.
Bij Fysiotherapie Paans is Tim gespecialiseerd in COPD en andere longaandoeningen. De belangrijkste taak van de fysiotherapeut is het in kaart brengen van de fysieke beperkingen die het gevolg zijn van COPD. De behandeldoelen binnen de fysiotherapie worden gericht op fysieke activiteit, fysieke capaciteit en ademspierfunctie verbeteren of optimaliseren. Naast de beperking als gevolg van de aangetaste longen, zijn ook de lichamelijke en psychische gevolgen, zoals angst, benauwdheid en omgaan met de ziekte, belangrijk om mee te nemen. Door de veelal langdurige behandelrelatie tussen patiënt en therapeut kan daarnaast bij uitstek aandacht worden besteed aan leefstijlverandering. Bij Fysiotherapie Paans richten wij ons specifiek op het verbeteren van de fysieke activiteit, fysieke capaciteit en ademspierfunctie van COPD-patiënten. Onze aanpak omvat onder andere het begeleiden van patiënten bij het stoppen met roken (indien van toepassing), het adviseren over goede voeding en het stimuleren van voldoende beweging. Tim helpt patiënten ook bij het omgaan met de psychische gevolgen van COPD.
De behandeldoelen binnen de fysiotherapie zijn gericht op fysieke activiteit, fysieke capaciteit en het verbeteren van de ademspierfunctie. Naast bovengenoemde zijn ook de overige gevolgen, zoals angst, benauwdheid en omgaan met de ziekte, belangrijk om rekening mee te houden. Deze klachten kunnen het dagelijks leven aanzienlijk beïnvloeden.

Behandeling van Verminderde Spiermassa bij Ernstige COPD
Voor patiënten met ernstig COPD en malnutritie is een nieuw multidisciplinair geriatrisch revalidatieprogramma ontwikkeld. Dit programma verschilt van reguliere programma’s door de lage intensiteit, het vermijden van duurtraining en de beperkte fysieke activiteiten met een geleidelijke opbouw. Het geriatrische revalidatieprogramma duurde 6 tot 10 weken en bestond uit anaerobe weerstandstraining, voedingsondersteuning, psycho-educatie over fysiek energiemanagement en een beperking van fysieke activiteiten. De primaire uitkomstmaten waren veranderingen in lichaamssamenstelling (FFMi, BMI en lichaamsgewicht), spierfunctie en inspanningsvermogen. De onderzoekers zagen bij de meeste patiënten een verbetering in de uitkomstmaten voor lichaamssamenstelling (FFMi, BMI en lichaamsgewicht). De gemiddelde FFMi nam toe van 10,8 kg/m2 bij opname tot 11,6 kg/m2 na 6 weken. Ook het inspanningsvermogen verbeterde. Zo nam de afstand die mensen met de zesminutenwandeltest konden afleggen toe van 227 m bij opname naar 259 m na 6 weken. Bij alle patiënten nam de beenspierkracht toe. Volgens de onderzoekers laat hun patiëntenserie zien dat patiënten met ernstige COPD en malnutritie door het volgen van een geriatrisch revalidatieprogramma een significante en klinisch relevante verbetering in lichaamssamenstelling kunnen behalen. Ook hun spierfunctie en kwaliteit van leven verbeterden.

Hoewel duurtraining geen onderdeel is van het programma, behaalt een aanzienlijk aantal patiënten ook een klinisch relevante verbetering van hun inspanningsvermogen. De COPD-richtlijn van de beroepsvereniging van fysiotherapeuten adviseert duurtraining, maar doet geen specifieke aanbevelingen voor patiënten met een lage vetvrijespiermassa-index (FFMi). Bij patiënten met een lage FFMi lijkt duurtraining juist contraproductief te zijn in geval van malnutritie vanwege het energieverbruik en de kans op verder gewichtsverlies.
Voeding en Leefstijl bij COPD
Gezien de hoge prevalentie van aan voeding gerelateerde aandoeningen en gezien de grote fysieke, psychosociale en maatschappelijke gevolgen van deze aandoeningen voor mensen met COPD dient optimale ondersteuning en zorg op dit gebied beschikbaar te zijn. Eten is onderdeel van de leefstijl van patiënten. Voor zorgverleners in de tweede lijn die bij COPD betrokken zijn kan het lastig zijn dit bespreekbaar te maken zonder dat het moraliserend of weerstand verhogend werkt. Het is belangrijk dat het gesprek op een empathische, motiverende, niet-stigmatiserende houding wordt aangegaan. Een voedingsinterventie kan de veerkracht rondom eten stimuleren en het zelfmanagement ondersteunen. Aandacht voor wat goed gaat en voor de successen vergroot de commitment en de motivatie voor voedingsinterventies.
Het is verder belangrijk dat je stopt met roken en gezond eet. Stoppen met roken, het gebruik van de juiste medicijnen, goede voeding en voldoende beweging zijn factoren die wél zelf te beïnvloeden zijn.

Een gecombineerde behandelinterventie, waar een voedingsinterventies onderdeel van is, is op langere termijn waarschijnlijk effectiever en doelmatiger dan losse interventies, doordat te veel inzetten en/of niet doelmatig inzetten van (para)medici wordt vermeden. Op korte termijn is een gecombineerde interventie tijdsintensiever en kostbaarder. Voedingsinterventies, dieetadviezen en aanvullende voeding verbeteren gewicht, kwaliteit van leven, spierkracht ademhalingsspieren en 6 minuten looptest. Voedingsinterventies verbeteren niet altijd de longfunctie. Multidisciplinaire behandeling bewegen en voeding kunnen spiermassa, BMI en uithoudingsvermogen verbeteren.
De COPD-richtlijn van de beroepsvereniging van fysiotherapeuten adviseert duurtraining, maar doet geen specifieke aanbevelingen voor patiënten met een lage vetvrijespiermassa-index (FFMi). Bij patiënten met een lage FFMi lijkt duurtraining juist contraproductief te zijn in geval van malnutritie vanwege het energieverbruik en de kans op verder gewichtsverlies.
Het Belang van Beweging en Training
Hoewel je van COPD niet kan genezen, bestaan er behandelingen om de klachten te verminderen. Zo kunnen mensen in een behandelcentrum een programma volgen dat hun fitheid - en zo ook hun kwaliteit van leven - verbetert. Bijvoorbeeld in Ciro Horn. In Nederland zijn naar schatting bijna 600.000 mensen met COPD. COPD is een ongeneeslijke longziekte waarbij de longen beschadigd zijn, waardoor ademen moeilijker is. Daardoor heb je minder energie en worden ‘normale’ dingen zoals traplopen, boodschappen doen en schoonmaken lastig. Wie door COPD veel problemen ondervindt in het dagelijkse leven, kan op doorverwijzing van een longarts revalideren.
De fysiotherapeut helpt je om je fitheid te verbeteren, in je dagelijks leven meer te bewegen en zo goed mogelijk te ademen. Hoe dat gebeurt, hangt af van wat de patiënt aankan: we trainen de conditie met behulp van de loopband, fietsergometer en krachtapparatuur. Wie nauwelijks in staat is om te lopen, traint met neuromusculaire elektrosimulatie, een apparaatje dat elektrische prikkels geeft waardoor spieren zich aanspannen en de spierkracht toeneemt. Patiënten met een betere conditie trainen bijvoorbeeld ook door middel van nordic walking of een conditietraining. Naast het verbeteren van de fitheid, leren patiënten hoe ze omgaan met hun lichamelijke grenzen en ook hoe ze deze grenzen aangeven aan anderen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan leren leven met COPD in het dagelijks leven en ademhalingstechnieken.
Mensen met COPD zijn minder lichamelijk actief dan gezonde leeftijdsgenoten. Dit geldt zowel voor de frequentie en de duur als de intensiteit van de activiteiten. Er is veel onderzoek gedaan naar trainingsprogramma’s om te sporten en bewegen voor mensen met COPD. Daaruit blijkt dat lichamelijke activiteit een positief effect heeft bij COPD, ook al beperkt de kortademigheid de intensiteit van de inspanning. Veel deelnemers hebben minder last van kortademigheid en vermoeidheid als ze gaan trainen. Ook hun emotioneel functioneren verbetert en patiënten hebben het gevoel meer controle te hebben over hun ziekte. Bovendien verbetert de conditie van de deelnemers. Dit geldt zowel voor de maximale inspanningscapaciteit (vaak gemeten met een fietstest) en de functionele capaciteit (die bepaald wordt door te kijken hoe ver deelnemers in zes minuten kunnen lopen). Tot slot zorgen de programma’s voor een daling in ziekenhuisopnames en daarmee voor een kostenbesparing. Veel onderzochte programma’s bestaan uit duurtraining, waarbij de patiënten op flink tempo gaan wandelen en fietsen. Intervaltraining biedt een alternatief voor duurtraining voor patiënten die vanwege kortademigheid of vermoeidheid niet in staat zijn duurtraining vol te houden. Behalve duurtraining blijkt ook krachttraining een positieve invloed te hebben op COPD. De effecten op de kwaliteit van leven, loopafstand en inspanningscapaciteit zijn nagenoeg hetzelfde. Vooral voor mensen die tijdens duurtraining veel last hebben van kortademigheid, kan krachttraining een goed alternatief zijn. Ook heeft krachttraining als extra voordeel dat het de spiersterkte verbetert. Idealiter omvat de training daarom zowel kracht- als duurtraining.
Hoe komt het dat lichamelijke activiteit zulke positieve effecten heeft? De longfunctie van patiënten met COPD verbetert namelijk niet. De verklaring ligt in het effect op de spieren en het hart. Mensen met COPD hebben vaak te maken met een sterkere afbraak van spieren. De massa van de grote beenspieren bij oudere mannen met COPD kan tot wel 50 procent lager zijn dan bij inactieve leeftijdsgenoten. En in geval van roken - vaak (mede-)veroorzaker van COPD - is ook de opbouw van eiwitten en spieren minder. Lichamelijke training verbetert de doorbloeding en versterkt de spieren.
Longrevalidatie thuis: Longoefeningen. Hoe kortademigheid te verhelpen.
Iedereen met COPD, maar zeker degenen met COPD in een gevorderd stadium, is gebaat bij lichamelijke oefening. Zowel duur- als krachttraining zijn goed, een combinatie werkt het best. Voor duurtraining wordt aangeraden om dit drie tot vier keer per week te doen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gestart met sessies van 10-15 minuten die langzaam worden uitgebouwd naar 30-40 minuten. Voor krachttraining wordt aangeraden om dit twee tot drie keer per week te doen. Het liefst worden hierbij de grote spiergroepen in armen en benen getraind in meerdere sets van 6 tot 12 herhalingen. Ook hier geldt dat het gewicht langzaam opgebouwd moet worden.

Tot slot wordt zuurstoftherapie bij het trainen aangeraden bij mensen waarbij het bloed minder dan 90 procent van de maximale hoeveelheid zuurstof opneemt, of bij mensen die al in rust adem tekort komen. Een GLI is een aanpak naar een gezonde leefstijl die zich richt op een combinatie van gezonder eten, meer bewegen en gedragsverandering.
tags: #laag #spiermassa #bij #copd #revalidatie