Het vetpercentage is een populair gespreksonderwerp tussen (kracht)sporters. Is die weegschaal die je vetpercentage meet betrouwbaar? Daarover gaat het minder vaak. Terwijl, als iemand een uitspraak doet over zijn of haar vetpercentage, is het juist interessant om te achterhalen hoe ze aan dit getal komen. In praktijk komt het namelijk voor dat de percentages (veel) hoger liggen dan het genoemde getal. Dat komt niet doordat iedereen die een uitspraak doet over zijn/haar vetpercentage loopt op te scheppen, maar eerder door een gebrek aan kennis over de foutmarges in de apparatuur of meetmethoden.
Hoe kan een weegschaal je vetpercentage meten?
Een weegschaal waarmee je je vetpercentage kunt meten vind je haast in elke sportschool. De werking is meestal simpel. Je gaat erop staan, voert een aantal gegevens in (waarbij sommigen de neiging te hebben het geheel iets atletischer te maken dan de werkelijkheid) en krijgt de uitkomst te zien. Handig als je graag je progressie bijhoudt. Althans, als de informatie die je te zien krijgt klopt natuurlijk. Alles over de betrouwbaarheid van deze meetmethode, en op welke manier je nog meer voortgang kunt tracken weet je na het lezen van dit artikel.
DE BIO-ELEKTRISCHE IMPEDANTIE ANALYSE (BIA)
De bio-elektrische impedantie (een woord dat je niet zo vaak hoort) analyse is een veelgebruikte methode om het vetpercentage te meten. De weegschalen die in veel sportscholen te vinden zijn maken gebruik van BIA. Deze apparatuur is veilig, gebruiksvriendelijk en geeft direct resultaat.

Je vetpercentage meten met de bio-elektrische impedantie analyse (BIA)
Tijdens deze meting sta je vaak op een weegschaal terwijl er stroomschokjes door je lichaam worden geleid. Dit is ongevaarlijk en gevoelloos. Soms zit er aan de weegschaal verbonden nog een soort handvat. Die hou je met je armen naar voren gestrekt vast. In de literatuur wordt bio-elektrische impedantie gedefinieerd als ”het vermogen van biologische weefsels om elektrische stroom te hinderen.” Die definitie brengt ons direct op het werkende mechanisme achter deze meetmethode.
DOOR MIDDEL VAN STROOMWEERSTAND WORDT VETVRIJE MASSA BEPAALD
Om het vetpercentage te bepalen met de bio-elektrische impedantieanalyse wordt ons lichaamsweefsel (niet letterlijk natuurlijk) opgesplitst in twee delen: vetvrije massa en vetmassa. Vetmassa geleidt stroom minder goed dan vetvrije massa. Dat komt doordat vetvrije massa voor een flink deel uit water bestaat, en water bevat elektrolyten die stroom goed kunnen geleiden. In Jip & Janneke-taal betekent dit dat het vetpercentage wordt vastgesteld door de weerstand te meten die de stroom ondervindt terwijl deze door je lichaam wordt geleid. De gedachte is dus: hoe groter de weerstand, hoe meer vetmassa.

STROOMFREQUENTIE KAN DE UITSLAG BEÏNVLOEDEN
Echter is de hoeveelheid niet alleen afhankelijk van de geleider, in dit geval de vetmassa, maar ook van de frequentie van de stroom. Hogere frequenties vanaf vijftig Kilohertz lenen zich beter voor het bepalen van het totale lichaamsvocht gehalte omdat ze in staat zijn door de celwand heen te dringen. Lagere frequenties kunnen dit minder goed en meten daardoor voornamelijk het vocht tussen de cellen. De uitslag van de meting wordt in werkelijkheid dus niet alleen bepaald door de hoeveelheid vetmassa, maar ook door de stroomfrequentie waaraan je wordt blootgesteld.
Het is betrouwbaarder om meerdere frequenties te gebruiken en er bestaan dan ook verschillende ‘soorten’ BIA die op het gebied van frequentie van elkaar afwijken. Het meest voorkomend zijn de twee soorten hieronder.
HET VETPERCENTAGE METEN MET SINGLE-FREQUENTIE BIA (SF)
Deze methode maakt gebruik van een lage stroomfrequentie wat hem minder geschikt maakt voor het meten van het totale lichaamsvochtgehalte, maar meer voor het bepalen van het percentage aan extracellulair vocht (ECF). Dit is het vocht dat zich tussen de cellen bevindt.
Het totale lichaamsvochtgehalte delen we namelijk op in intracellulair vocht (het vocht in de cellen) en extracellulair vocht. Een aanname die hier gedaan wordt is dat 75% van het totale lichaamsvocht bestaat uit extracellulair vocht. Met behulp van die informatie kan een schatting gemaakt worden van het totale lichaamsvochtgehalte en de hoeveelheid intracellulair vocht. Vanuit hier kan weer een schatting gemaakt worden van het lichaamsvetpercentage.
HET VETPERCENTAGE METEN MET MULTI-FREQUENTIE BIA (MF)
De naam zegt het al: er wordt hier gebruik gemaakt van zowel lage als hoge stroomfrequenties. Dit zorgt ervoor dat de stroom beter door de celmembranen kan dringen waardoor een meer nauwkeurige inschatting van de hoeveelheid intracellulair vocht gemaakt kan worden. Doordat de nauwkeurigheid van dit getal toeneemt kan ook een betere inschatting van de totale hoeveelheid lichaamsvocht, en dus het vetpercentage worden gemaakt.
Waarmee moet je rekening houden bij het meten van je vetpercentage?
Voor we nader bekijken hoe nauwkeurig de hierboven beschreven meetmethoden zijn, is het goed om te weten waarmee je überhaupt allemaal rekening moet houden als je een betrouwbare inschatting van je vetpercentage wilt maken.
VETMASSA VS. VETVRIJE MASSA
De bio-elektrische impedantie analyse maakt op weefselniveau enkel onderscheid tussen vetmassa en vetvrije massa. In werkelijkheid kan de totale hoeveelheid worden opgedeeld in:
- Vutmassa;
- Spiermassa;
- Botmassa;
- Organen;
- Overig weefsel.
TWEECOMPONENTENMODEL
Om een zo betrouwbaar mogelijke uitslag te krijgen, moet de hoeveelheid van al deze weefsels eigenlijk afzonderlijk in kaart worden gebracht. Het komt waarschijnlijk niet als verassing, maar het is knap lastig om van al die weefsels de exacte hoeveelheid te bepalen. De weegschaal in de sportschool, die gebruik maakt van de bio-elektronische impedantie techniek, versimpelt het geheel dus een beetje door slechts onderscheid te maken in vetmassa en vetvrijemassa. We noemen dit een tweecomponentenmodel (2C).
DIRECT-, INDIRECT-, EN DUBBEL INDIRECTE MEETMETHODEN VOOR HET VETPERCENTAGE
Een directe meetmethode zou je in staat stellen alle weefsels los van elkaar heel precies te meten en daardoor het minst aan het toeval overlaten. Dat maakt een directe meetmethode het meest betrouwbaar, maar in dit geval ook het minst toepasbaar. Om alle weefsels afzonderlijk te kunnen wegen zou je ze van elkaar moeten lossnijden. Ervan uitgaande dat je jouw vetpercentage wilt meten bij leven, is dit dus geen uitvoerbare optie.
Indirect en dubbel indirect betekent dat er geen exacte meting plaatsvindt. Je bent daardoor automatisch aan het schatten in plaats van meten. Dat beantwoordt eigenlijk de hoofdvraag:”IS DE WEEGSCHAAL DIE JE VETPERCENTAGE MEET BETROUWBAAR?” Niet volledig. Een meting aan de hand van het twee componentenmodel zoals met deze weegschaal, is namelijk een schatting en geen precieze meting. Het getal dat voortkomt uit een indirecte of dubbel indirecte meetmethode bevat daardoor altijd een potentiële foutmarge. Hoe groot die marge is hangt af van de gebruikte methode, maar is belangrijk om te weten zodat je ook weet hoe je naar de uitslag moet kijken en die in dit geval niet als de absolute waarheid beschouwt.
Stel bijvoorbeeld dat de methode die jij toepast om een schatting te maken van je vetpercentage een foutmarge van vier procent bevat, dan weet je dat jouw werkelijke vetpercentage vier procent hoger of lager kan liggen dan het getal dat je als uitkomst hebt gekregen.
Wanneer is een methode om het vetpercentage te meten betrouwbaar?
De kwaliteit van een meetmethode wordt bepaald door deze met de gouden standaard te vergelijken. Hoe dichter deze twee met elkaar overeenkomen, hoe betrouwbaarder de methode. In het geval van het vetpercentage is de gouden standaard een vier componenten model (4C) dat het menselijk lichaam opdeelt in:
- Vutmassa;
- Botmassa;
- Spiermassa;
- De totale hoeveelheid lichaamswater.
HET VIER COMPONENTENMODEL
Het vier componentenmodel is net zo goed als het tweecomponentenmodel een schatting. Wel een veel meer nauwkeurige schatting omdat botmassa, spiermassa en vocht hier niet over één kam worden geschoren maar afzonderlijk bekeken. In dit geval worden dus iets minder aannames gedaan. Hoe meer aannames, hoe groter de eventuele foutmarge.
FORMULES OM FOUTMARGES TE MINIMALISEREN
Om gemeten waarde te vertalen naar een concreet vetpercentage is het toepassen van formules die de foutmarge minimaliseren noodzakelijk. Ook in formules zitten aannames, zeker als ze gebaseerd zijn op de gemiddelden van (te) specifieke populaties. Hoe groter de mogelijke verschillen tussen populaties zijn, hoe belangrijker het is om populatie-specifieke formules te gebruiken.
WAT IS HET DOEL VAN DE METING?
Als laatst zegt het doel van een meting iets over de betrouwbaarheid van de gebruikte methode. Het kan namelijk prima zo zijn dat een bepaalde meetmethode erg geschikt is voor het bepalen van groepsgemiddelden, terwijl hij een flinke foutmarge bevat op individueel niveau. Dat is eigenlijk niet meer dan logisch omdat in het geval van een groep de fouten aan beide kanten van het gemiddelde voorkomen. Op die manier heffen ze elkaar op. Het gemiddelde dat door de groep tot stand gekomen is levert dan bruikbare informatie, maar de individuele waarden niet.
Wat is belangrijk voor de betrouwbaarheid van je vetpercentage meten?
Het is allemaal best complexe materie dus hieronder even een korte samenvatting van de belangrijkste elementen die bijdragen aan de betrouwbaarheid van een meetmethode:
- Een methode wordt betrouwbaarder als de uitkomsten weinig afwijken van de gouden standaard;
- Een methode wordt betrouwbaarder als er weinig tot geen aannames in worden gedaan;
- Een methode wordt betrouwbaarder als er populatie-specifieke formules gebruikt worden;
- Een methode wordt betrouwbaarder als het doel van de meting aansluit op de gebruikte methode.
Wat zijn nadelen van het meten van je vetpercentage met de weegschaal?
De speciale weegschalen die niet alleen je lichaamsgewicht maar ook je vetpercentage aangeven, maken dus gebruik van de bio-elektrische impedantie analyse en gaan uit van het tweecomponentenmodel. Om iets te kunnen zeggen over de betrouwbaarheid hiervan dient de bio-elektrische impedantie analyse vergeleken te worden met het vier componentenmodel. Dat is in dit geval immers de gouden standaard.
IN VEEL GEVALLEN LIGT HET WERKELIJKE VETPERCENTAGE HOGER
Deze vergelijking is uiteraard al herhaaldelijk gemaakt en hieruit is gebleken dat de bio-elektrische impedantie analyse vaker een vetpercentage aangeeft dat lager ligt dan de werkelijkheid. In sommige gevallen zat BIA er zelfs met meer dan tien kilogram vetmassa naast.
BIA IS NIET DE MEEST BETROUWBARE MANIER OM PROGRESSIE TE TRACKEN
Ook zijn beide methoden tegen elkaar afgezet op het gebied van het monitoren van progressie over een langere periode. De verschillen tussen de eerste en laatste metingen fluctueerde tussen de -3.6% en 4.8%. Dit maakt de bio-elektrische impedantie analyse een minder betrouwbare tool voor het bijhouden van je vooruitgang.

ELKE WEEGSCHAAL IS GEPROGRAMMEERD
Daarnaast zijn de weegschalen waarmee de meting plaatsvindt op een bepaalde manier geprogrammeerd. Om dat te kunnen doen wordt een onderzoekspopulatie gebruikt die bestaat uit echte mensen. De gemiddelden van zo’n groep mensen samen beïnvloedt dus de referentiewaarden. Hoe verder jij als individu van zo’n onderzoekspopulatie af staat, hoe groter de foutmarge wordt.
VOCHT BEÏNVLOEDT DE METING
Het grootste ‘nadeel’ van de bio-elektrische impedantie analyse is dat de uitkomsten van deze meetmethode sterk onderhevig zijn aan je vochthuishouding op het moment van meten. Een meting voor de training en een meting na de training kunnen voor compleet andere uitkomsten zorgen. Als je voor deze methode kiest, meet dan meerdere keren per week en neem daar het gemiddelde van. Zorg daarnaast dat je altijd meet op een vast moment op de dag. Bij voorkeur in de ochtend, na een toiletbezoek en voor het eten.
BIA vs. DEXA: wat is het meest betrouwbaar voor het meten van je vetpercentage?
In een onderzoek van o.a. Schoenfeld uit 2018 is de Multi-frequentie bio-elektrische impedantie analyse vergeleken met een andere methode: Dual energy X-ray absorptio...
Lichaamsanalyse weegschalen wegen niet alleen je gewicht, maar geven ook een complete analyse van je lichaam. Deze modellen meten bijvoorbeeld je vetpercentage, vochtgehalte, botmassa of spiermassa. De meeste weegschalen berekenen ook je BMI, zodat je binnen een oogopslag ziet of je een gezond gewicht hebt voor jouw lichaamsbouw. Gebruik een weegschaal met analysesoftware om je gegevens op je smartphone of pc af te lezen en te analyseren. Zo kun je bijvoorbeeld een meting van je vetpercentage opslaan en per dag bekijken. Dit maakt het bijhouden van afvaldoelen eenvoudiger.
OMN VIVA is een medisch apparaat met klinisch gevalideerde nauwkeurigheid van belangrijke parameters waarmee u een beter beeld krijgt van de gezondheid van uw hart (visceraal vet, vet en skeletspiermassa) en waarvan is aangetoond dat hiermee beroertes kunnen worden voorspeld. Met de HN300T van OMRON kun je je meetwaarden over langere tijd betrouwbaar volgen en je gewicht nog gemakkelijker nauwkeurig meten. Het risico op een hoge bloeddruk stijgt bij een hoger gewicht en als je ouder wordt. OMRON BF511 is a comprehensive body composition monitor and provides extensive insight in body and visceral fat, skeletal muscle level, your BMI and resting metabolism.
De weegschalen kunnen van elkaar verschillen in bijvoorbeeld de gezondheidswaardes die het kan meten. Een slimme weegschaal geeft je inzicht in de volgende waarden, die je ook met behulp van de My Tanita App kunt bijhouden:
- Lichaamsvetpercentage: Lichaamsvet heb je nodig om het lichaam op temperatuur te houden, gewrichten soepel te laten werken en inwendige organen te beschermen. Maar te veel lichaamsvet kan zorgen voor gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten of obesitas.
- Visceraal vet: Visceraal vet omringt de vitale organen in en rondom de buikstreek. Dit is niet het vet dat aan de buitenkant van het lichaam zichtbaar is. Het zit onder de spierwand en kan dus alleen thuis met een lichaamssamenstellings weegschaal worden gecontroleerd. Je kunt er dus niet in knijpen. Net als voor onderhuids vet geldt ook voor visceraal vet: te veel is niet goed. Het zorgt voor een verhoogd risico op hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.
- Spiermassa: De spiermassa laat het totale gewicht aan spieren zien in je lichaam.
- Lichaamswater: Met een slimme lichaamsanalyse weegschaal weet je precies waar je aan toe bent. Het kan soms zijn dat je de ene dag zwaarder bent dan de ander. Dat hoeft niet te betekenen dat je een dag gefaald hebt of stil bent blijven staan. Soms houdt het lichaam meer vocht vast. Een Tanita slimme weegschaal kan je ook inzicht geven in lichaamswater.
- Metabolische leeftijd: De slimme weegschaal vergelijkt jouw BMR met het gemiddelde van je leeftijdsgroep. Je kunt het zien als de leeftijd van je lichaam en is een unieke meting van Tanita. Valt de leeftijd van je lichaam hoger uit dan je eigen leeftijd? Dan is er werk aan de winkel! Probeer regelmatiger te bewegen, bijvoorbeeld. Zit jouw daadwerkelijke leeftijd onder de metabolische leeftijd?
- Botmassa: Het kan zijn dat je botmassa door de jaren heen verandert. Het is belangrijk dat je gezonde botten houdt, door een evenwichtig voedingspatroon aan te houden en veel te bewegen.
- Fysiekscore: De postuurscore die onze slimme lichaamsanalyse weegschalen aangeven, brengen inzicht in je huidige lichaamstype.
- Body Mass Index: Ook wel bekend als BMI. Dit laat de verhouding tussen je gewicht en lengte zien.
Wat opvalt in de test slimme weegschalen met vetmeting:
- Vetmeting niet betrouwbaar: Het vetpercentage van weegschalen met vetmeting klopt niet. We vonden hele grote verschillen. Vandaar dat we een weegschaal zonder vetmeting aanraden. Maar de weegschalen met vetmeting zijn zeker niet allemaal afraders.
- Apps voegen niet heel veel toe: Slimme weegschalen werken met een app. Die app kun je gebruiken om het verloop van je gewicht en je vetpercentage te zien. Ook heb je de app vaak nodig om een vetmeting te kunnen doen. Jammer genoeg waren de apps niet altijd even goed.
- Als weegschaal meestal prima: De weegschalen met vetmeting kunnen natuurlijk ook gewoon je gewicht meten. De app heb je dan niet nodig. Als normale weegschaal zijn de meeste slimme weegschalen prima. Al zijn er ook een aantal die dit niet goed doen.
We testten 11 slimme weegschalen met vetmeting. We hebben gekozen voor weegschalen die vet kunnen meten én werken met een app. Ben je op zoek naar een weegschaal zonder vetmeting? We hebben ook 'normale' personenweegschalen getest. We kozen voor slimme weegschalen met vetmeting die niet duurder zijn dan €150. Ze zijn geselecteerd op basis van verkoopcijfers en verkrijgbaarheid in grote winkels en webshops.
Nieuwe WEEGSCHAAL nodig? Check dan onze TIPS! | Afvallen | ID.nl
Tegenwoordig zijn er veel verschillende soorten personenweegschalen te vinden. Een speciaal model is de weegschaal met vetpercentage meting. De modellen die deze functie bezitten kunnen dus naast uw gewicht wegen ook uw vetpercentage meten. Het vetpercentage van een mens is een belangrijke parameter om te bepalen of u een gezond gewicht heeft. Een te hoog vetpercentage is niet goed en kan zelfs gevaarlijk zijn. Het is dus belangrijk om gezond te blijven en uw vetpercentage op het juiste niveau te houden. Met een weegschaal die een vetpercentage functie heeft gaat dit makkelijker en is het duidelijk.
Meestal hebben weegschalen met een vetpercentage functie ook nog diverse andere functies. Het is dus niet zo dat u een weegschaal kiest met alléén een vetpercentage meting. Als extra mogelijkheden krijgt u dan ook vaak waarden als BMI (body mass index), het vochtpercentage, spiermassa en in sommige gevallen ook bijvoorbeeld visceraal vet (orgaanvet). Een weegschaal met vetpercentage functie is te krijgen van diverse merken.
Het vetpercentage van een persoon kan op verschillende manieren gemeten worden. Een meting via een personenweegschaal is niet de meest nauwkeurige, maar geeft wel een uitstekend beeld van de werkelijkheid. Het vetpercentage geeft namelijk weer uit hoeveel procent vet het lichaam bestaat. Digitale personenweegschalen zijn bedoeld om het gewicht, en eventuele aanvullende gegevens, van personen te meten. Een digitale personenweegschaal werkt op stroom. De resultaten worden weergegeven in een digitale display, waardoor je deze nauwkeurig kunt aflezen. Daarnaast zijn er dus nog aanvullende gegevens die je naast je gewicht kunt meten. Denk hierbij aan het vetpercentage, BMI of een gehele lichaamsanalyse. Een bijkomend voordeel van een personenweegschaal digitaal is dat deze de mogelijkheid kan hebben om data te onthouden, soms zelfs voor meerdere personen. Een van de typen weegschalen die wij aanbieden is een digitale personenweegschaal met vetmeting. Hiermee kun je dus naast je gewicht, ook je vetmassa in kaart brengen. Een te hoog vetpercentage kan de kans op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten vergroten.
Het ijken van een weegschaal is vereist wanneer deze gebruikt zal worden voor medische doeleinden. De doelgroep van FysioSupplies zal grotendeels gebaat zijn bij een geijkte digitale personenweegschaal om hun beroep te kunnen uitoefenen. In de productomschrijvingen van de weegschalen staat aangegeven of deze geijkt is. Klanten van FysioSupplies mogen vertrouwen op onze kwalitatieve producten. Ons assortiment bestaat daarom enkel uit goede digitale personenweegschalen. Ben je op zoek naar een digitale personenweegschaal? Dan ben je bij FysioSupplies aan het juiste adres. Ons ruime assortiment bevat weegschalen van verschillende merken voor zowel de gewone consument als voor professioneel gebruik. De keuze is enorm. Kies bijvoorbeeld een digitale personenweegschaal om enkel je gewicht te wegen of kies een met allerlei extra mogelijkheden, zoals het meten van vetpercentage. Heb je vragen of advies nodig bij het kiezen van de juiste weegschaal?

Andere manieren om je progressie te meten kan door het maken van progressiefoto’s, het meten van je omvang, een huidplooimeting en meerdere keren per week wegen en hier het gemiddelde van nemen. Het combineren van al deze tools samen kan een completer beeld geven van je voortgang dan alleen een meting via een weegschaal.
tags: #kan #weegschaal #vetpercentage #meten