Conditie opbouwen na een CVA: Een Gids voor Herstel en Revalidatie

Een herseninfarct, ook wel bekend als een CVA (cerebrovasculair accident), kan ingrijpende gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Na een dergelijke gebeurtenis is het opbouwen van conditie en het doorlopen van een revalidatieproces essentieel voor herstel. Deze gids biedt uitgebreide informatie over de oorzaken, gevolgen, diagnoses, behandelingen en het revalidatietraject na een CVA, met speciale aandacht voor het belang van bewegen en een gezonde levensstijl.

Wat is een Herseninfarct?

Bij een herseninfarct sluit een bloedstolsel een slagader af. Dit kan gebeuren in de hersenen zelf of in een slagader die bloed naar de hersenen brengt. Door deze blokkade krijgt een deel van de hersenen tijdelijk geen zuurstof en voedingsstoffen meer. Een deel van de hersenen raakt hierdoor beschadigd en verliest zijn functie. De hersenen werken daardoor niet goed meer en er kunnen problemen ontstaan met bewegen, praten, slikken of denken. Dit noemen we uitval van functies.

Dit kan gebeuren in de hersenen zelf of in een slagader die bloed naar de hersenen brengt. Door deze blokkade krijgt een deel van de hersenen (tijdelijk) geen zuurstof en voedingsstoffen meer. Een deel van de hersenen raakt hierdoor beschadigd en verliest zijn functie. De hersenen werken daardoor niet goed meer en er kunnen problemen ontstaan met bewegen, praten, slikken of denken. Dit noemen we uitval van functies.

De medische term voor beroerte is een Cerebro Vasculair Accident (CVA). Ook wel: plotselinge uitval in een deel van de hersenen, in 20% van de gevallen veroorzaakt door een bloeding of door een infarct in 80% van de gevallen. Volgens de NHG-Standaard Beroerte (de richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een CVA voor huisartsen) zijn de meest voorkomende klachten na een CVA motorische uitval, cognitieve stoornissen, spraak -en taalstoornissen, slik -en visusstoornissen, vermoeidheid en een verminderd uithoudingsvermogen.

Illustratie van een herseninfarct

Oorzaken van een Herseninfarct

Slagaderverkalking is een veelvoorkomende oorzaak van een herseninfarct. Vetachtige stoffen (zoals cholesterol) hopen zich op in de vaatwand van de bloedvaten. Deze stoffen verkalken, waardoor de bloedvaten langzaam dichtslibben. De slagaderverkalking beschadigt de vaatwand. Hierdoor kan er een bloedstolsel ontstaan. Als dit stolsel afbreekt, kan het via de bloedstroom worden meegevoerd naar kleinere slagaders. Daar zorgt het stolsel voor afsluiting (infarct).

De tweede oorzaak heeft met hartproblemen te maken. De afsluiting kan namelijk ook het gevolg zijn van een bloedprop die afkomstig is uit het hart. Dit kan voorkomen bij hartritmestoornissen of door afwijkingen van de hartkleppen. Ook zijn er diverse zeldzame oorzaken van een herseninfarct, die vooral bij jonge mensen voorkomen.

Gevolgen van een Herseninfarct

De gevolgen van een herseninfarct zijn voor ieder mens verschillend. De aard en de ernst hangen in de eerste plaats af van de duur van de afsluiting van de slagader. Een tweede belangrijke factor is de hoeveelheid hersenweefsel die is beschadigd door de afsluiting.

Verder zijn ook leeftijd, lichamelijke conditie, eerder doorgemaakte problemen met de gezondheid en het tijdstip van binnenkomst na het infarct belangrijk. Dit zijn veelvoorkomende tijdelijke of blijvende gevolgen:

Lichamelijk

Mogelijk heeft u zelf waarschijnlijk al enkele lichamelijke gevolgen gemerkt. Iemand kan bijvoorbeeld een arm of been niet meer bewegen (verlamming). Ook kunnen er problemen zijn met het voelen, het evenwicht, het zien, het slikken of het praten.

Emotioneel (stemming, gedrag)

Er kunnen ook emotionele klachten zijn, zoals snel lachen of juist huilen, gauw boos worden, agressiviteit en stemmingswisselingen. Ook vermoeidheid en depressieve gevoelens komen voor.

Cognitief (kennis en verstand)

De cognitieve functies (het denken) kunnen problemen opleveren. Hiermee bedoelen we onthouden, waarnemen, handelen, redeneren, plannen maken, problemen oplossen, taal, rekenen, lezen, schrijven, aandacht en concentratie, initiatieven nemen en inzicht in de eigen situatie.

Infographic met verschillende gevolgen van een CVA

Diagnose en Onderzoek

De diagnose herseninfarct wordt gesteld na een neurologisch onderzoek gevolgd door een CT-scan of MRI-scan van de hersenen. Na het stellen van de diagnose ‘herseninfarct’ bepaalt de neuroloog of er verder onderzoek nodig is. Mogelijke onderzoeken zijn:

  • Bloedafname: We nemen bloed af en meten onder meer de suiker- en vetstofwisseling en de nierfunctie.
  • CT- of MRI-onderzoek: We brengen de hersenen in beeld met röntgenstraling (CT-scan) of via een magnetisch veld en radiogolven (MRI). Hiermee willen we de precieze oorzaak en plaats van het herseninfarct achterhalen.
  • Duplex-onderzoek: We controleren de beide halsslagaders van de hals op vernauwingen. Dit doen we op twee manieren (vandaar de naam duplex = dubbel). Met echografie (geluidsgolven) brengen we de aders in beeld. Daarnaast meten we met een doppler hoe snel het bloed stroomt.
  • Hartfilmpje (ECG): Met een hartfilmpje kijken we of een hartritmestoornis de oorzaak is van het herseninfarct. Bij een hartritmestoornis komen er soms bloedstolsels vrij.

Behandeling en Revalidatie

Elke patiënt is anders. De neuroloog bepaalt in overleg met het team welke behandeling het beste is voor uw naaste. Als uw naaste binnen vier uur na het herseninfarct bij ons is gebracht, kunnen wij het bloedstolsel soms oplossen met medicijnen: trombolyse. Bij een herseninfarct zetten we vaak tijdelijk of voor langere periode een aantal specifieke medicijnen in. Hiermee verkleinen we het risico op een nieuw infarct. Medicijnen om het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen.

Als uw naaste binnen 6 uur na het herseninfarct bij ons in het ziekenhuis is en er wordt bij beeldvorming een stolsel gezien wat door endovasculaire behandeling weggenomen kan worden, bestaat de mogelijkheid tot intra-arteriële trombectomie. Hierbij wordt een katheter via een slagader in de lies ingebracht en omhoog gevoerd tot in de hersenslagaders. De arts kiest voor een dotter/stent-behandeling als de oorzaak van het herseninfarct een vernauwde halsslagader is. Onder lokale verdoving plaatst de arts vanuit de liesslagader een slangetje (katheter) in de vernauwing (=dotteren). Aan de katheter zit een ballonnetje. Door het ballonnetje op te blazen, rekt de vaatwand op.

Wat is revalideren?

Revalideren is het actief werken aan het lichamelijke en geestelijke herstel na een herseninfarct. Dit betekent dat uw naaste veel dingen oefent die moeilijk gaan, zoals slikken, eten, praten, uit bed opstaan, aankleden, zitten en lopen. Ook leren we hem of haar omgaan met de lichamelijke en psychische gevolgen van het herseninfarct. Het is een hele schok om bijvoorbeeld niet meer uit je woorden te kunnen komen en jezelf niet meer te redden bij het aankleden. Bij de revalidatie streven wij ernaar dat uw naaste zo zelfstandig mogelijk zijn of haar dagelijkse activiteiten weer kan oppakken.

Revalideren is teamwerk. In het Hersencentrum hebben we alle specialisten op het gebied van een herseninfarct verzameld rondom uw naaste. Een verpleegkundige op de afdeling is uw vaste aanspreekpunt. De zaalarts loopt dagelijks zijn ronde en controleert hoe het gaat.

Team van zorgprofessionals die samenwerken aan revalidatie

De Revalidatiegroep en Ochtend Activiteitentraining

Uw naaste krijgt niet alleen individuele therapie. Elke werkdag om 10:15 uur houden we activerende groepstrainingen. Een ergotherapeut of fysiotherapeut leidt deze revalidatiegroep. Zij besteden aandacht aan lichamelijke oefeningen, waarnemen, denken, taal, geheugen, concentratie en communicatie.

Ochtend Activiteiten Training

Ochtend Activiteiten Training is een nieuwe vorm van therapie. De ochtendzorg is een moment waarop mensen na een beroerte vaak goed wakker zijn en mee kunnen helpen met het wassen, aankleden en de persoonlijke verzorging. Dit zijn basisvaardigheden die bij uitstek bij patiënten ‘ingebakken’ zitten. Doordeweeks oefenen iedere ochtend twee patiënten met een verpleegkundige en een ergotherapeut of fysiotherapeut tijdens de ochtendzorg.

Zelf-oefengids

Het is erg belangrijk te oefenen en de hersenen te stimuleren. Vandaar dat we een zelf-oefengids hebben gemaakt voor u en uw naaste. In deze gids staan oefeningen voor handen, armen, benen, gezicht en romp. Deze oefeningen kunt u samen met familie, vrijwilligers en verpleging doen.

U hoort van ons welke oefeningen belangrijk zijn in uw specifieke situatie. Alle oefeningen in de gids zijn onderverdeeld in kleuren: wij geven aan welke kleuren van toepassing zijn.

Gezond Leven en Preventie

Voor sommige mensen is het ook belangrijk gezonder te leven. Denk hierbij aan afvallen, gezonde voeding, meer lichaamsbeweging, stoppen met roken en matigen van alcoholgebruik. Hiermee wordt de kans op een tweede herseninfarct kleiner.

Gezonde Voeding

Onderzoek maakt duidelijk dat er een verband is tussen voeding en hart- en vaatziekten. Eet u te veel verzadigde vetten (vetten die bij kamertemperatuur hard zijn)? Dan wordt het cholesterol in uw bloed hoger. Door te veel zout kan uw bloeddruk hoger worden. Een te hoge bloeddruk (boven de 130/80) maakt de kans op een beroerte groter. Als u te veel suikers en koolhydraten eet, kan u te zwaar worden en suikerziekte (diabetes) krijgen. Neem daarom weinig verzadigde vetten, zout en suikers. Voeding kan ook een goede invloed hebben. Door gezond eten wordt het cholesterol in uw bloed lager. Daardoor blijven de slagaders schoon. Ook wordt u niet te zwaar als u gezond eet. Eet veel vezels. Laat tussendoortjes met veel vet staan. Gebruik onverzadigde vetten bij het koken. Dit zijn vetten die vloeibaar zijn bij kamertemperatuur. Ga niet met een lege maag boodschappen doen.

Stoppen met Roken

Roken maakt de kans groter dat u weer een hart- en vaatziekte krijgt, zoals een beroerte of een TIA. Tijdens uw opname in het ziekenhuis heeft u een tijd niet gerookt. Wij adviseren u dit vol te houden. Uw eigen motivatie om te stoppen is het belangrijkste. Lukt het niet, dan kan uw huisarts u helpen met stoppen. Meer informatie over stoppen met roken vindt u op www.nederlandstopt.nu. Hier vindt u bijvoorbeeld een stappenplan om te stoppen.

Alcoholgebruik

Het advies is om maximaal 1 glas alcohol per dag te drinken. Drinkt u 3 of meer glazen, dan is dat schadelijk voor uw gezondheid.

Schema met gezonde voedingskeuzes

Bewegen en Sporten na CVA

Iedereen weet dat bewegen gezond is. Toch blijkt uit onderzoek dat 1 op de 3 Nederlanders niet genoeg beweegt. Iedere dag een wandeling maken of een stukje fietsen is genoeg. Het advies is om minimaal 30 minuten per dag matig intensief te bewegen. Hierbij wordt de hartslag iets hoger. Het beste is het om 30 minuten aan 1 stuk te bewegen. Als u genoeg beweegt, wordt de kans kleiner dat u een hart- en vaatziekte krijgt. Ook is het goed voor uw spijsvertering, botten, spieren en hersenen. Het helpt bovendien om depressie of geestelijke achteruitgang te voorkomen.

U kunt na een beroerte of TIA gewoon sporten. Wel is het verstandig om dit eerst met uw huisarts of neuroloog te bespreken als u eerder niet regelmatig aan sport deed.

Waarom is bewegen zo gezond na CVA?

  • Voldoende bewegen zorgt ervoor dat uw bloeddruk en cholesterol omlaag gaan. Dit maakt de kans op hart- en vaatziekten kleiner.
  • U heeft minder risico om een nieuw CVA te krijgen of om verder achteruit te gaan door een CVA.
  • U herstelt beter na een CVA als u genoeg beweegt en u verbetert uw balans, kracht en uithoudingsvermogen.
  • Bewegen zorgt voor een betere nachtrust en een fitter gevoel.
  • Het is goed voor de bloedsomloop, ademhaling, spieren, botten en gewrichten.
  • Tot slot is bewegen goed voor uw geheugen.

Hoe vaak moet u bewegen?

Voor uw gezondheid is het voldoende om dagelijks 30 minuten te bewegen met een redelijke inspanning. Dit kan 30 minuten achter elkaar zijn, maar ook bijvoorbeeld 3 keer 10 minuten. Bouw het rustig op. Bedenk wel: simpelweg minder zitten en door de dag heen actiever zijn, is beter voor uw gezondheid dan de hele dag zitten en daarnaast 5 keer per week 30 minuten bewegen. Bewegen is goed, meer bewegen is beter.

Hoe neemt u het beste beweging?

  • Probeer iets te vinden dat u leuk vindt en dat bij u past.
  • Beweeg samen met anderen die ongeveer net zo fit zijn als uzelf. Dit is gezellig en motiverend.
  • Het hoeft niet per se het beoefenen van een bepaalde sport te zijn. Het gaat erom dat u door de dag heen regelmatig actief bent waarbij uw hartslag maar iets omhoog gaat. Denk aan grasmaaien, boodschappen doen, auto wassen, de was ophangen, stofzuigen, de trap in plaats van de lift nemen, dansen in de woonkamer, struiken snoeien, meedoen met Nederland in beweging voor de TV.
  • Bent u wat meer beperkt in uw bewegen dan zijn het opstaan en weer gaan zitten of uw armen en benen bewegen in de stoel goede alternatieven.
  • In het ziekenhuis stimuleren we het bewegen al, daarbij kijkend naar wat u zelf kunt. Gaat u daar thuis mee door: probeer om dat wat u zelf kunt, ook zelf te doen.

Tip voor uw naasten: Bedenk als naaste dat iemand beter even zelf een kopje koffie kan halen, dan dat u dit voor hem/haar doet. Het is erg verleidelijk om kleine dingen van iemand over te nemen, maar het is juist beter voor het herstel wanneer alle handelingen, hoe klein ook, zelf gedaan worden.

Samen met anderen bewegen beïnvloedt niet alleen de lichamelijke gezondheid, bewegen in groepsverband brengt ook veel gezelligheid met zich mee en levert nieuwe vrienden en kennissen op. Ook zorgt bewegen met lotgenoten voor veel herkenning.

Als je een CVA hebt gehad, ben je misschien niet meer in staat om alle bewegingen goed uit te voeren. Daarom is het belangrijk dat je samen met je behandelend arts, fysiotherapeut of begeleider op zoek gaat naar de mogelijkheden die je nog wel hebt om te bewegen. De arts kan je precies vertellen wat je wel en niet kunt doen. Als je medicijnen gebruikt, kan de arts je ook de effecten daarvan op inspanning uitleggen. Sommige medicijnen verlagen namelijk je hartslag en dat heeft gevolgen voor de resultaten. Als je aan een beweeggroep wilt deelnemen, is het belangrijk dat je de sportleider vertelt wat de arts je heeft geadviseerd. Zo weet hij precies waar bij jou op gelet moet worden.

Na een CVA is het belangrijk om voldoende te blijven bewegen. Ook al gaat dit moeilijker dan eerst en bent u veel sneller moe. Onderbreek het zitten wanneer dit kan door regelmatig te bewegen. Voorkom dat u langer dan 30 minuten achter elkaar stilzit. Probeer om in totaal minder dan 9,5 uur per dag te zitten.

Trainingsvormen na CVA

De KNGF Richtlijn Beroerte (de richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een CVA voor fysiotherapeuten) beschrijft verschillende trainingsvormen en de effecten op het herstelproces. De meest effectieve zijn looptraining, circuittraining, spierkrachttraining en aerobe training.

  • Looptraining: Trainen van het lopen bij CVA-patiënten zorgt aantoonbaar voor verbetering van het looppatroon. Voor het verbeteren van de loopsnelheid blijkt loopbandtraining het meest effectief.
  • Circuittraining: Circuittraining in groepsvorm draagt bij aan verbetering van het lopen, de balans en motorische vaardigheden bij CVA-patiënten. Deze circuittraining bestaat uit losse, functionele oefeningen zoals opstaan en zitten, op- en afstappen, evenwichtsoefeningen, traplopen en fietsen.
  • Spierkrachttraining: Spierkrachttraining draagt bij aan een verbetering van de spierkracht van de paretische (gedeeltelijk verlamde) spieren bij CVA-patiënten met een parese. Spierkrachttraining bevat geïsoleerde oefeningen per spiergroep tegen een weerstand in.
  • Aerobe training (duurtraining): Aerobe training draagt bij aan een verbetering van het uithoudingsvermogen. Hierbij wordt een activiteit gedurende een bepaalde tijdsduur op continue snelheid en/of weerstand uitgevoerd. Dat kan op een loopband, fietsergometer en roei-ergometer. De patiënt kan ook lopen of fietsen op een vaste ondergrond.

Bovenstaande trainingsvormen vragen om professionele begeleiding. Een revalidatietraject bij een ziekenhuis of een revalidatiecentrum. Eerstelijns fysiotherapie in een sport- of oefenruimte. Voor fysiotherapie is geen verwijzing nodig.

De 3 meest effectieve oefeningen om na een beroerte weer te kunnen lopen

Adviezen voor Familie en Naasten

Een herseninfarct is voor de betrokkene en de familie een ingrijpende gebeurtenis. Op de eerste dag van de opname houden we daarom al een gesprek met de familie. In alle rust bespreken wij wat er is gebeurd en wat de herstelmogelijkheden zijn. Wij beantwoorden uw vragen en geven advies voor het omgaan met uw naaste.

Zodra de diagnostiek afgerond is en het behandelplan gereed is, is er weer een familiegesprek. De zaalarts bespreekt dan hoe het gaat, wat de verwachtingen zijn en wat de revalidatiemogelijkheden zijn. Blijf niet met uw vragen rondlopen: u kunt ook altijd de verpleegkundige aanschieten of een gesprek met de revalidatiearts aanvragen.

Na een herseninfarct is uw naaste vaak niet meer dezelfde. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn, soms blijvend. Het contact met uw naaste verandert daardoor.

Tijdens uw bezoek

Uw naaste is snel vermoeid en heeft veel te verwerken. Daarom ervaart hij of zij bezoek al snel als druk. Vandaar dat we adviseren met niet meer dan twee personen tegelijk te komen. Als u met twee personen komt: een gesprek met twee personen tegelijk is zeer vermoeiend. Houd het gesprek daarom altijd één op één en neem aan één kant van het bed plaats; dat is veel rustiger. Blijf maximaal een half uur.

Tijdsbesef

Door de hersenbeschadiging weet iemand soms niet meer welke dag het is, hoe laat het is, hoelang iets duurt of hoelang hij of zij al in het ziekenhuis is. Help uw naaste met het bewustworden van tijd. Een kalender en een grote klok of wekker zijn handige hulpmiddelen.

Cognitieve stoornissen

Een veel voorkomend gevolg van een beroerte is verminderde aandacht of concentratie, minder goed kunnen onthouden, moeite hebben om logisch na te denken en vermoeidheid. We noemen dit cognitieve stoornissen. Daarnaast kan er een verminderde aandacht zijn voor een kant van het lichaam en/ of een kant in de ruimte. Vertel uw familielid of naaste wie u bent, welke dag het is, hoe laat het is. Geef uw familielid of naaste ook tijd om uit te rusten en alle informatie te verwerken. Wanneer uw familie of naaste minder aandacht voor een kant van de ruimte heeft, is het goed juist aan die moeilijke kant te gaan staan oef zitten. Schrijf afspraken en gebeurtenissen op in een boekje of schrift, of laat uw familielid of naaste het zelf op schrijven. Geef uw familielid of naaste concrete informatie, ook al moet u dit herhalen. Het onthouden van namen en woorden is voor sommige mensen moeilijk. U kunt helpen door de namen van bezoekers en familie te geven.

Taalstoornissen

Sommige mensen krijgen als gevolg van het herseninfarct een taalstoornis. Uw naaste kan problemen krijgen met het begrijpen en het uiten van taal. Dit wordt afasie genoemd. U wilt elkaar begrijpen en dat gaat moeizaam of lukt niet.

Iemand met een afasie begrijpt soms niet wat u tegen hem of haar zegt. Of vangt alleen bepaalde woorden op en legt vervolgens zelf het verband ertussen. Soms zegt uw naaste een ander woord dan hij of zij bedoelt. Begrijpt uw familielid of naaste een zin niet? Zorg voor een positieve sfeer.

Spraakstoornissen

Uw naaste kan ook moeilijk te verstaan zijn door een spraakstoornis (dysartrie). De oorzaak is lichamelijk: de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem, de uitspraak en het eten en drinken werken onvoldoende. Dit leidt tot onduidelijke spraak, een te zachte en/of hese stem en eentonig of door de neus spreken.

Vaak is er sprake van een verlamming aan één kant van het gezicht: kauwen en slikken gaat dan moeilijker. Zorg voor een rustige geluidsarme omgeving. Zorg voor oogcontact, maar kijk ook naar de bewegingen van de mond.

Familie die een patiënt bezoekt in het ziekenhuis

tags: #conditie #opbouwen #na #cva