Het Principe van Duurtraining: Bouw aan een Sterker Aerobe Fundament

Duurtraining, ook wel duurloop genoemd, vormt de ruggengraat van veel sportieve disciplines. Het is een trainingsmethode waarbij een sporter gedurende een langere tijd traint, vaak 60 minuten of meer, met als hoofddoel het verbeteren van het uithoudingsvermogen en de algemene sportprestaties. De kern van duurtraining ligt in het langdurig aanhouden van een matige intensiteit, waardoor het lichaam efficiënter leert omgaan met zuurstof en energie. Dit leidt tot een verbeterde vetverbranding, een verhoogd aantal en efficiëntere werking van mitochondriën (de energiefabriekjes in de spieren), en een betere doorbloeding van de spieren.

De Kernprincipes van Duurtraining

Een duurtraining is in essentie een looptraining op één constant tempo. Het is cruciaal om deze training op de juiste intensiteit uit te voeren, wat vaak wordt gemonitord met behulp van hartslagmeting. De hartslag dient als een soort dashboard dat aangeeft hoe de training verloopt en met welke intensiteit (hoe zwaar) de trainingsvorm moet worden uitgevoerd. De intensiteit is de combinatie van de mate van inspanning en de tijdsduur van die inspanning.

De hartslag in rust is een belangrijke indicator van conditie. Deze wordt idealiter 's ochtends gemeten, direct na het ontwaken. Bij ongetrainde personen ligt deze rond de 60-80 slagen per minuut. Door regelmatige training kan de rusthartslag dalen, omdat het hart efficiënter gaat pompen. Het omslagpunt, ook wel de anaerobe drempel genoemd, is de hartslag waarbij de aanmaak van melkzuur de capaciteit van het lichaam om dit als brandstof in te zetten overstijgt. Op dit punt begint het lichaam te verzuren. De maximale hartslag (HF max) is het hoogste aantal slagen per minuut en is persoonsgebonden, hoewel factoren als heuvels, wind en mentale drive de hartslag kunnen beïnvloeden. Naarmate men ouder wordt, neemt de maximale hartslag af.

Bij duurtraining is het doel niet zozeer om zo hard mogelijk te gaan, maar vooral om het langer vol te houden. Op lage intensiteit kan het lichaam efficiënt vet verbranden, wat essentieel is voor langdurige inspanningen. Naarmate de intensiteit toeneemt, verschuift de energievoorziening meer naar koolhydraten. De aerobe drempel is het punt waarop vetverbranding het maximale aandeel in de energielevering heeft. Deze drempel ligt onder het omslagpunt en meestal tussen de 75 en 90 procent van het omslagpunt.

De 80/20 regel is een veelgebruikt principe binnen duurtraining, wat inhoudt dat ongeveer 80% van de trainingstijd wordt besteed aan duurtrainingen (lage intensiteit) en 20% aan intensievere trainingen zoals intervaltraining. Duurtraining traint het aerobe systeem, waarbij zuurstof nodig is om energie te produceren uit voedingsstoffen en vetzuren. Dit proces vindt plaats in de mitochondriën, de energiefabriekjes in de spieren.

Grafiek die de 80/20 regel illustreert.

Verschillende Vormen van Duurtraining

Duurtrainingen kunnen variëren in lengte en intensiteit:

  • Duurloop 1 (Lange duurlopen): Dit is de duurloopvorm waarbij in het laagste looptempo wordt gelopen, vaak toegepast ter voorbereiding op langere afstanden zoals een marathon. De afstand varieert doorgaans tussen de 5 km en 40 km.
  • Duurloop 2 (Middellange duurlopen): Dit is het middelste duurlooptempo, met een afstand variërend tussen de 5 km en 30 km. Het is de duurloopvorm die het meest wordt toegepast.
  • Duurloop 3 (Snelle duurlopen): Dit is het snelste duurlooptempo, waarbij het looptempo het omslagpunt of de anaerobe drempel benadert. Bij gevorderde lopers kan dit het tempo zijn dat ze bijna een uur kunnen volhouden in een wedstrijd. Bij minder ervaren lopers worden als variatie korte intervallen in dit tempo gelopen tijdens een duurloop 1.

Het Opbouwen van Duurtrainingen

Bij het starten met duurtraining is het cruciaal om rustig op te bouwen om blessures te voorkomen. Dit betekent niet direct op een hoog tempo lopen, maar beginnen met wandelen, afgewisseld met korte periodes van rustig joggen. Bij hardlopen is dit extra belangrijk vanwege de hoge impact op het lichaam. De belastbaarheid van het lichaam moet geleidelijk worden opgebouwd.

Een goede vuistregel voor het uitbouwen van de duurtraining is vijftien minuten per week toevoegen. Daarnaast is het verstandig om zogenaamde tempoblokken toe te voegen op een intensiteit rond de aerobe drempel. Dit traint de maximale vetverbranding en verhoogt tevens de snelheid.

Het is aan te raden om minstens één keer per week een lange duurtraining te doen. De ideale lengte hangt af van het doel, maar het is niet verstandig om de wekelijkse rit te lang te maken, omdat dit het herstel kan belemmeren en de totale trainingsbelasting kan verminderen. Voor specifieke doelen, zoals een lange fietsvakantie, kan een enkele zeer lange tocht (5-6 uur) nuttig zijn voor het vertrouwen, maar dit moet niet te vaak gebeuren. Een goede balans wordt gevonden in wekelijkse lange duurritten van 3,5 tot 4,5 uur, met eventueel maximaal één keer per maand een extra lange training.

Een schema dat de opbouw van duurtraining illustreert met progressieve toename van duur en intensiteit.

De Rol van Hartslag en Wattage

Het monitoren van de hartslag is een effectieve manier om de trainingsintensiteit te sturen. Voor duurtrainingen ligt de ideale hartslag vaak tussen de 65% en 80% van de maximale hartslag. Bij fietsen kan getraind worden met wattage, waarbij 50-75% van de FTP (Functional Threshold Power) een goede richtlijn is. Voor lopen kan de snelheid worden gebruikt, waarbij het doel is om de 2 mmol lactaatgrens niet te overschrijden.

Hoewel trainen op hartslag of wattage praktisch is, geeft het trainen op basis van lactaatmeting een meer gedetailleerd inzicht in de fysiologische processen op celniveau. De grens van 2 mmol lactaat per liter bloed wordt vaak gebruikt als indicator dat de aerobe energielevering optimaal wordt benut.

Voor de meest optimale duurtraining wordt geadviseerd om de inspanning zo constant mogelijk te houden. Indoor trainen op een fietstrainer of loopband kan hierbij helpen, zeker als men snel boven de 2 mmol lactaat uitkomt. Als buiten trainen de voorkeur heeft, is het aan te raden om rekening te houden met factoren als wind en terrein, of rondjes te rijden op een beschut parcours.

Het combineren van duurtraining met intervallen is mogelijk, maar het is aan te raden de intervallen aan het einde van de duurtraining te plaatsen. Dit zorgt ervoor dat de duurprikkel eerst wordt gegeven, zonder dat de intervallen de aerobe training verstoren.

Zonetraining voor hardlopers | Is drempeltraining de beste methode?

Duurtraining en Spiermassa

Er bestaat een misvatting dat duurtraining leidt tot verlies van spiermassa. Echter, wanneer duurtraining met mate wordt gedaan, heeft het geen nadelig effect op de spiermassa. Sterker nog, het kan bijdragen aan sneller herstel en zelfs leiden tot meer spiergroei wanneer het wordt gecombineerd met krachttraining.

Onderzoek toont aan dat een gecombineerde trainingsaanpak, waarbij duurtraining voorafgaat aan krachttraining, kan leiden tot een significante groei van type 1 spiervezels, die voornamelijk worden aangesproken tijdens duurinspanningen. Dit komt deels doordat de totale arbeid die wordt verricht hoger is, wat een directe trainingsprikkel voor spiergroei is.

Hoewel traditionele krachttraining voornamelijk de type 2 spiervezels stimuleert, bieden type 1 spiervezels ook groeipotentieel en worden ze effectief getraind door middel van cardiowerk. Het opnemen van korte, intensieve intervaltrainingen kan naast duurtraining ook de type 2 spiervezels stimuleren.

De Functie van Lange Duurtrainingen

Lange duurtrainingen zijn essentieel voor het opbouwen van "durability", oftewel de mate waarin het prestatievermogen overeind blijft na urenlange belasting. Dit omvat niet alleen energie, maar ook mentale frisheid en blessurebestendigheid. Voor topsporters die twintig tot dertig uur per week trainen, is dit een onmisbaar onderdeel van hun trainingsschema.

Hoewel de hype rond "zone 2" training, de langzame, rustige duurtraining, groot is, is het belangrijk te beseffen dat ook binnen deze zone een aanzienlijke inspanning kan worden geleverd, vooral bij lange duur. Zone 2 is niet per se superieur aan zone 3; intensievere trainingen kunnen meer prikkel bieden voor de aanpassing van mitochondriën en andere systemen. Voor sporters met beperkte tijd zijn interval- en tempotrainingen vaak effectiever dan lange, rustige kilometers.

De basis van een succesvol trainingsseizoen wordt gevormd door duurtraining. Door consistent en op de juiste intensiteit te trainen, wordt het aerobe fundament versterkt, wat leidt tot een duurzamere en betere sportprestatie.

tags: #wat #is #het #principe #van #duurtraining