Het lichaamsvetpercentage is de verhouding tussen de hoeveelheid vet in uw lichaam en uw totale gewicht. Lichaamsvet vervult belangrijke functies, zoals het op temperatuur houden van uw lichaam en het beschermen van uw organen. Belangrijk dus, maar een overvloed of tekort aan vet werkt averechts op uw gezondheid. Een (te) hoog vetpercentage kan leiden tot welvaartsziekten als diabetes type 2 of obesitas, terwijl een te laag percentage vet kan leiden tot osteoporose, onregelmatige menstruatie of het verliezen van botmassa.
Lichaamsvet - met name buikvet - heeft misschien wel een slechte reputatie, maar het vet is onmisbaar voor ons lichaam. In feite is vet zelfs één van de organen in ons lijf, die verschillende lichaamsfuncties aanstuurt. We halen onze energie uit opgeslagen vet, het beschermt onze organen en het houdt de lichaamstemperatuur op peil. Als u met uw eten en drinken meer calorieën binnenkrijgt dan u verbruikt, dan slaat uw lichaam dit op als vet, in speciale vetcellen. Als u in beweging bent, verbrandt u uw calorieën. Zorg dat u niet meer calorieën binnenkrijgt dan u verbruikt. Want als de vetcellen al gevuld zijn, worden de extra calorieën als vet rondom uw organen opgeslagen, wat vervelende gevolgen voor uw gezondheid kan hebben. Een hoog vetpercentage kan bijvoorbeeld de kans op diabetes type 2 verhogen. Daarbij is buikvet gevaarlijker dan heupvet. Een te lage hoeveelheid vet is overigens ook niet goed.
Het vetpercentage geeft de hoeveelheid vet aan die opgeslagen ligt in je lichaam. Dit is je totale lichaamsgewicht minus de vetvrije massa (spieren, botten, water, pezen, weefsels, organen, et cetera). Vet is net zoals ons hart en longen een orgaan. Het dient niet alleen als isolatielaag om ons warm te houden, maar heeft ook verschillende andere functies. Zo voorziet het ons van energie en maakt het ook allerlei hormonen aan. Bijvoorbeeld hormonen die betrokken zijn bij het afremmen van onze eetlust. Een te hoog en laag vetpercentage is ongezond. Een te hoog vetpercentage zorgt voor een verhoogde kans op hart- en vaatziekten en diabetes. Ook een te laag vetpercentage is ongezond en leidt tot slechtere sportprestaties. Extreme voorbeelden hiervan zijn topsporters met zo’n laag vetpercentage dat ze suboptimaal presteren, bodybuilders die hun kracht verliezen door een extreem dieet of mensen met anorexia nervosa waarbij de mentale en fysieke gezondheid in gevaar komt. Verder is vet ook belangrijk voor een goede hormoonwerking en opnames van vetoplosbare vitamines.
De lichaamssamenstelling verandert met het ouder worden. Spierkracht, spiermassa en botweefsel nemen af en de verdeling van het vetweefsel over het lichaam wordt minder gunstig. Na uw zestigste kan het lastig zijn om een gezond lichaam te behouden, en vetpercentage speelt daarbij een belangrijke rol. Kortom, hoewel het vetpercentage met de jaren toeneemt, is het voor uw gezondheid belangrijk dit binnen een gezond bereik te houden. Dit kan door middel van een evenwichtige voeding en regelmatige beweging. Blijf vooral in contact met uw arts om te bepalen wat voor u het ideale vetpercentage is en welke methoden het beste werken om dit te monitoren.
Vetpercentage en ouder worden
Als u eenmaal 60 jaar of ouder bent, wordt uw vetpercentage vaak hoger. Voor mannen van boven de 60 jaar is 12 à 25 procent meestal een verantwoord percentage. Vrouwen van boven de 60 zitten vaak goed met een vetpercentage tussen de 24 en 36 procent.
| Leeftijd | Vetpercentage (mannen) | Vetpercentage (vrouwen) |
|---|---|---|
| 60+ | 12-25% | 24-36% |
Bij ouderen is spiermassa vooral belangrijk voor het behoud van mobiliteit, het ondersteunen van de gewrichten en het behouden van een goed evenwicht, waardoor het risico op vallen en breuken wordt geminimaliseerd.
Spiermassa: de motor van uw energiegebruik
Spiermassa omvat de skeletspieren, gladde spieren (zoals hart- en spijsverteringsspieren) en het water in uw spieren. Spieren fungeren als motor bij uw energiegebruik. Naarmate uw spiermassa toeneemt, neemt de snelheid waarmee u energie (calorieën) verbrandt toe. Dit versnelt uw basaal metabolisme (BMR) en helpt om overtollig lichaamsvet te verminderen. Een hoge spiermassa kan het risico op diabetes op volwassen leeftijd verkleinen. Meer skeletspiermassa betekent meer insulinereceptor plaatsen, die helpen bij de opname en regulatie van glucose (suiker) die na het eten in de bloedbaan wordt afgezet. 80% van de glucoseopname vindt plaats in skeletspieren.
Met de unieke segmentale lichaamsanalyse weegschalen kunt u de spiermassa per lichaamsdeel (segment) meten. De unieke spierkwaliteitsscore van TANITA geeft de conditie (kwaliteit) van de spieren aan, welke afhankelijk is van factoren als leeftijd en inspanningsniveau. Ben je wel zo sterk als je lijkt? Sommige mensen hebben enorme spierballen, maar kunnen niet veel tillen. Niet alleen kwantiteit telt als het gaat om je spieren, ook de kwaliteit is van groot belang. Ook binnen je eigen lichaam kan de kwaliteit van je spieren verschillen. Wanneer bijvoorbeeld je linkerarm kwalitatief betere spieren heeft dan de rechter, ligt disbalans in je lichaam op de loer. Dit kan weer leiden tot blessures. Vanaf je 18e levensjaar is het mogelijk om de kwaliteit van je spieren te beoordelen. Deze wordt beoordeeld op basis van de verhouding spiermassa tot de lengte van de persoon.
Door meer te bewegen kun je je spieropbouw verbeteren, wat je BMR ten goede komt.
Visceraal vet: de verborgen risicofactor
Visceraal vet zit diep in de kern van de buik. Visceraal vet zit aan de binnenkant van de spierwand in de romp van het lichaam en beschermt de vitale organen. Visceraal vet is niet zichtbaar aan de buitenkant van het lichaam en je kunt er niet in knijpen. Naast een gezond algeheel lichaamsvetpercentage, is het van belang om de hoeveelheid visceraal vet goed in de gaten te houden. Met name wanneer je wat ouder wordt. Te veel visceraal vet kan tot ernstige gezondheidsklachten leiden, zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 of een te hoge bloeddruk.
Met name te veel buik- en visceraal vet verhoogt bij zowel bij mannen als vrouwen het risico op onder andere diabetes type 2 en aderverkalking.

Het belang van vocht en botmassa
Water speelt een belangrijke rol in verschillende lichaamsprocessen en zit in elke cel, weefsel en orgaan. Een gezond percentage lichaamsvocht voor vrouwen ligt tussen de 45% en 60%. Het vochtgehalte van het lichaam wisselt continu. Het totale percentage lichaamsvocht neemt af naarmate het percentage lichaamsvet toeneemt. Een persoon met een hoog percentage lichaamsvet kan onder het gemiddelde percentage lichaamsvocht vallen. Houd er rekening mee dat de meting van je lichaamswater als richtlijn moet dienen en niet mag worden gebruikt om specifiek uw aanbevolen percentage lichaamswater te bepalen.
Gezonde botten en een gezonde botmassa zijn belangrijk voor de kracht, bewegingsmogelijkheden en belasting van uw lichaam. Dit is noodzakelijk omdat je ongeveer tot je 30e levensjaar een toename hebt van botmassa. Na je 30e levensjaar zal de botmassa langzaam afnemen. Dit le. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat je botmassa binnen een korte termijn verandert, doe je er verstandig aan om dit met enige regelmaat te controleren. De lichaamsanalyse weegschaal berekent je botmassa binnen enkele seconden. Dit gebeurt door middel van een statistische berekening, die is gebaseerd op bestaande onderzoeken.
Meten en monitoren
Onze lichaamsanalyse-weegschaal helpt bij het meten van het percentage lichaamsvet, door je lichaamsvet te berekenen ten opzichte van je totale lichaamsgewicht. Door de verandering in de vetpercentages in beide armen, beide benen en je torso afzonderlijk te meten, kun je de effectiviteit van je inspanningen gericht monitoren en aanpassen waar nodig.
Beoordeelt het percentage spieren en lichaamsvet. Wanneer je meer gaat bewegen, hoeft je lichaamsgewicht niet per definitie veel te veranderen. Wel kan de balans tussen je lichaamsvet en je spieren veranderen, wat resulteert in een mogelijke wijziging van je postuur. Met een lichaamsanalyse weegschaal kun je deze verhoudingen en veranderingen goed monitoren, om zo stap voor stap dichter bij je gewenste postuur te komen.
Je kunt op een aantal manieren je vetpercentage berekenen. Hieronder vind je een overzicht van de twee meest gangbare methoden, namelijk de huidplooimeting en de bio-elektrische impedantieanalyse. Bij de bio-elektrische impedantieanalyse loopt er een klein stroomstootje (meestal vanaf de handen en/of voeten) door het lichaam. Hierbij wordt de geleiding gemeten aan de hand van de weerstand. Weefsel met veel water en elektrolyten, zoals bloed en spieren, geleiden goed. Vetmassa, lucht of bot daarentegen geleiden nauwelijks stroom. Dus hoe groter de vetvrije massa, desચે groter het geleidingsvermogen van het lichaam. Het voordeel van deze methode is dat het makkelijk en goedkoop is. Een groot nadeel is de onvoldoende gevalideerde toepassing ervan bij zieke en/of oudere personen. Waarschijnlijk is er bij deze personen sprake van storende factoren, zoals veranderingen in membraaneigenschappen en de mate van hydratatie en zoutconsumptie waardoor de meting onbetrouwbaar wordt. Bovendien is de methode minder betrouwbaar dan een goede huidplooimeting of een waterbad, die hieronder worden beschreven. Vertrouw daarnaast zeker niet op de vetpercentagemeting van een ‘slimme’ weegschaal die je thuis hebt.

Basaal Metabolisme (BMR) en Metabolische Leeftijd
BMR (Basal Metabolic Rate) is het minimum aan energie of calorieën dat je lichaam dagelijks nodig heeft om effectief te functioneren wanneer het in rust is. Basaal metabolisme (BMR) is de verbranding van energie in rust. Kortom: de minimale energie-inname die nodig is om de ademhalings- en bloedsomlooporganen, zenuwstelsel, lever, nieren en andere organen effectief te laten functioneren wanneer je geen activiteiten onderneemt. Je BMR wordt sterk beïnvloed door de hoeveelheid spieren die je hebt. Aan de andere kant zal een lagere BMR het moeilijker maken om lichaamsvet te verliezen. Het BMR kan daarom worden gebruikt om je minimale calorie-inname te bepalen, welke kan worden opgebouwd aan de hand van de activiteiten tijdens de dag. Je BMR-score kun je eenvoudig bepalen met behulp van een lichaamsanalyse-weegschaal.
De metabolische leeftijd is de uitkomst van de vergelijking tussen je BMR en je chronologische-leeftijdsgroep. Wanneer je metabolische leeftijd hoger is dan je werkelijke leeftijd, kan dit een indicatie zijn dat je stofwisseling niet helemaal klopt. Dit kun je controleren met een lichaamsanalyse-weegschaal.
Het verschil tussen metabolische leeftijd en werkelijke leeftijd
tags: #verhouding #vetpercentage #spiermassa #ouderen