Salaris, vakantiedagen, pensioen: dit wordt in Nederland al ruim een eeuw geregeld via een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Maar het aantal werkenden dat valt onder zo’n cao is al een aantal jaren aan het dalen. In de meest recente cijfers, uit 2022, betrof het 71,8 procent van de werknemers, flink onder de Europese Richtlijn van 80 procent waaraan EU-lidstaten zich moeten committeren. Zelfstandigen meegerekend vallen nog slechts drie op de vijf werkenden onder cao’s. Voor het eind van dit jaar moet de Nederlandse overheid met een plan komen om dat aandeel te verhogen.
De afgelopen 10 jaar zijn er veel meer mensen gaan werken in sectoren die geen traditie van een cao kennen. Is dat een probleem? In een collectieve arbeidsovereenkomst worden immers afspraken gemaakt over loon, toeslagen, betaling van overwerk, werktijden, proeftijd, opzegtermijn of pensioen.
De sociale wetenschappers Wike Been (Rijksuniversiteit Groningen) en Maarten Keune (Universiteit van Amsterdam), beiden gespecialiseerd in arbeidsverhoudingen, maken zich zorgen over de ‘uitholling’ van het poldermodel, waarin werkgevers en werknemers vrijwillig met elkaar om de tafel gaan om te praten over collectieve arbeidsvoorwaarden. Ze pleiten voor een brede discussie over hoe het stelsel gered kan worden.
Om te begrijpen waarom het stelsel van cao’s kwetsbaar is, zoomen Been en Keune in op de kern van de polder. „De basis is lidmaatschap: voor werknemers van vakbonden en voor werkgevers van brancheorganisaties”, zegt Wike Been, universitair docent Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Net zoals werknemers steeds minder vaak lid worden van een vakbond, zijn ook werkgevers steeds minder geneigd lid te worden van een brancheorganisatie die betrokken is bij cao-onderhandelingen, stelt ze. Dat is zeker het geval in opkomende sectoren als de zakelijke dienstverlening. „De meeste werknemers vallen onder een cao omdat hun werkgever lid is van een brancheorganisatie die de cao afsluit”, zegt Been.
Paul de Beer, bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen, gaf zijn kijk op de cao-dynamiek op de bijeenkomst 'Staat van de polder' van de Vereniging voor Arbeidsrecht en de Nederlandse vereniging voor Arbeidsverhoudingen. Hij ziet de cao als een succesvol middel dat zorgt voor een beperking van de loonconcurrentie binnen sectoren. De cao heeft nog toekomst, denkt De Beer. Hij pleit daarbij voor iets nieuws: gelaagde cao’s die elkaar kunnen overlappen. En er zou een nationale cao moeten komen die op iedereen van toepassing is. Op die manier zou iedereen in ieder geval onder 1 cao met een ‘basispakket’ aan arbeidsvoorwaarden vallen.
Niels Jansen is arbeidsrechtonderzoeker en begrijpt dat er werkgevers zijn die de salarissen buiten de cao om omhooggooien. Hij deelt zijn visie met het NRC. 'Steeds meer loonafspraken komen tot stand buiten de cao. Jansen vermoedt dat hier 3 oorzaken voor zijn. Ten eerste ontstaan er nieuwe sectoren met hoogopgeleid, schaars personeel, waarvoor goede individuele arbeidsvoorwaarden zijn. Ten tweede groeit de werkgelegenheid in sectoren zonder cao. En ten slotte zien bedrijven waar weinig werknemers lid zijn van de vakbond kans die bonden buiten de deur te houden.
Maarten Keune, hoogleraar Sociale Zekerheid en Arbeidsverhoudingen, ziet dat de trend van de dalende animo onder werkgevers al een tijd geleden is ingezet. „Werkgevers hoeven niet meer zo nodig”, zegt hij. „De reden waarom ze historisch gezien cao’s wilden - om rust in de sector te hebben, niet te veel stakingen te hebben, of om niet te veel te concurreren met elkaar binnen een sector - zijn steeds minder relevant geworden.” Dat kan leiden tot wat Keune „cao-shoppen” noemt. In de zoektocht naar een flexibeler bedrijfsmodel zit een cao soms in de weg.
Ondanks de afkalvende cao-dekkingsgraad, is het merendeel van de werknemers en werkgevers tevreden met het huidige systeem. Maar actief verdedigen doen ze het niet, constateren Been en Keune. Ook de overheid heeft dit nagelaten. Maar om de erosie van de polder tegen te gaan, zou het stelsel toch echt meer uitgedragen en onderhouden moeten worden, stellen de wetenschappers. Zulk onderhoud is al lang niet gepleegd. „De wetgeving is oud, en de actoren zijn vrij archaïsch”, zegt Keune. Daarom leggen Been en Keune een aantal onorthodoxe maatregelen op tafel, om het debat over mogelijke oplossingen te stimuleren.
Werkgevers- en werknemersorganisaties moeten worden versterkt, zoveel is duidelijk. Dit zou bijvoorbeeld kunnen via een verplicht lidmaatschap, iets wat voor werkgevers al bestaat in Oostenrijk. Of verplichte cao-onderhandelingen, zoals in Frankrijk of Roemenië het geval is. Daarbij zou de overheid een voortrekkersrol moeten spelen. „Als je cao’s een goede manier vindt om de arbeidsmarkt te reguleren, waarom zou je het dan niet verplicht stellen? Bij een baan hoort een contract, waarom zou je dan niet zeggen: bij een baan hoort een collectief contract”, aldus Keune. Het vrijwillige lidmaatschap van een werkgeversorganisatie of vakbond is een hoeksteen van het bestaande stelsel. En aan zo’n heilig huisje tornen, is niet eenvoudig, realiseren de wetenschappers zich. Maar oplossingen buiten de gebaande paden zien ze simpelweg als noodzakelijk. „Er is geen logische manier binnen het huidige stelsel waarmee je het kunt redden”, zegt Keune. Als algehele verplichtstelling niet haalbaar is, zou je ook nog kunnen denken aan een soort light-versie, vult Been aan.
Een andere manier om meer mensen onder een cao te laten vallen, zou zijn om cao’s aantrekkelijker te maken, opperen Been en Keune. Werkgevers kunnen bijvoorbeeld worden verleid tot het afsluiten van cao’s, als ze daarin kunnen afwijken van de wet, binnen bepaalde grenzen. Die mogelijkheid, die nu al voor sommige arbeidsvoorwaarden bestaat, zou meer passen binnen de Nederlandse poldercultuur, maar brengt ook risico’s met zich mee. Cao’s zouden dan bijvoorbeeld alleen voor dat deel kunnen worden afgesloten waarin ze van wet mogen afwijken.
Een laatste mogelijkheid waar Been en Keune aan denken, is een nationale minimum-cao. Zo’n overeenkomst zou dan landelijk worden geregeld, waarna in sectoren en bij bedrijven aanvullende cao’s kunnen worden afgesproken. „Cao’s zijn eigenlijk een heel goed middel om maatwerk te kunnen leveren in verschillende sectoren”, aldus Been. Met algemene wet- of regelgeving is dat veel lastiger.
Om het stelsel toekomstbestendig te maken, heb je niet alleen meer leden nodig, maar vooral actieve leden. En ook dat is een probleem. In Nederland staan vakbondsvertegenwoordigers meestal op flinke afstand van de werkvloer, waar ondernemingsraden zich ook met arbeidsvoorwaarden bezighouden. Zelfs Maarten Keune en zijn collega’s aan de Universiteit van Amsterdam kennen hun eigen vakbondsvertegenwoordiger bijvoorbeeld niet: „Ik ben lid van de vakbond, omdat ik dat belangrijk vind. Maar er is nog nooit iemand van de vakbond langsgekomen. Als er dan bijvoorbeeld een keer gestaakt moet worden, wordt wel contact gezocht, maar dan ken je elkaar niet”, zegt Keune. Meer betrokkenheid van werkenden zou helpen om het stelsel levendiger te maken, denkt Keune. „Nu denken we vaak: ik val onder een cao, die kreeg ik toen ik m’n contract kreeg, en dat is wel fijn.
De uitholling van het huidige cao-stelsel gaat langzaam maar gestaag. De tijd om de polder te stutten dringt, waarschuwen Been en Keune. „We zien het echt als een noodzaak om dit gesprek te voeren. Als we niks doen, gaat het systeem aan het niks doen ten onder”, zegt Been.
In het eerste kwartaal van 2025 zijn de cao-lonen met 5,5 procent toegenomen ten opzichte van kwartaal één in 2024. Dat blijkt uit cijfers die het CBS donderdag heeft gepubliceerd. In de bedrijfstak informatie en communicatie stegen de lonen het meest, met 9,6 procent. Bij particuliere bedrijven was de loonstijging net iets hoger dan bij gesubsidieerde instellingen, 5,7 procent tegenover 5,4 procent.
Onder gesubsidieerde instellingen vallen onder andere niet-academische ziekenhuizen. De loonstijgingen bij die ziekenhuizen liggen waarschijnlijk hoger dan de cijfers nu tonen. „Wij registreren pas als de inkt droog is”, aldus Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. Het statistiekbureau neemt in zijn berekening alleen lonen van getekende cao’s mee.
Zo is de afgelopen weken een aantal cao-overeenkomsten op hoofdlijnen gesloten. Eind maart is bijvoorbeeld afgesproken dat het loon in de apotheken van 2024 tot 2026 met 20 procent stijgt. Dat is het resultaat van een periode met stakingen die in november 2024 begon. Voor medewerkers van ziekenhuizen is overeengekomen dat de lonen de komende twee jaar 8 procent omhooggaan. De bonden leggen deze resultaten binnenkort voor aan hun leden. De vakbonden zijn tevreden over de loonstijgingen. „Over de hele linie zijn er stevige verhogingen geweest”, zegt CNV-voorzitter Piet Fortuin. „We zijn blij dat de apothekers een inhaalslag hebben kunnen maken en dat voor de meeste grote sectoren cao-overeenkomsten zijn gesloten. Carolien Bijen, interim-bestuurslid bij FNV, sluit zich hierbij aan: „We zien dat de boodschappen duurder worden, dus vinden we het tijd voor koopkrachtverbetering. De koopkracht en lonen nemen dus toe, maar wel in steeds mindere mate. Sinds het eerste kwartaal van 2024 groeit de koopkracht telkens iets minder hard dan het jaar daarvoor.
De Werkgevers in de Sport (WOS) en de vakorganisaties betrokken bij de CAO Sport streven er gezamenlijk naar om vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid de werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid in de gehele sportsector te ontwikkelen. De tendens dat werkgevers hun arbeidsvoorwaarden maximaal willen laten aansluiten bij de behoeftes van de eigen organisatie en individuele werknemers zet door en wordt steeds sterker. Vandaar dat sociale partners het beleid van de afgelopen jaren zullen voortzetten, waarbij de focus nog nadrukkelijker op eigentijdse arbeidsvoorwaarden komt te liggen.
De CAO Sport is een overeenkomst tussen de WOS en de vakbonden (FNV Sport & Bewegen, De Unie en CNV), waarin zij arbeidsvoorwaarden hebben vastgelegd. De arbeidsvoorwaarden in de CAO Sport zijn minimumvoorwaarden. Een bepaling in een individuele arbeidsovereenkomst die voor een werknemer gunstiger is dan de betreffende cao-bepaling is toegestaan (gunstigheidsbeginsel).

Een cao. Wat is dat ook alweer?
| Sector | Loonstijging (%) |
|---|---|
| Informatie en communicatie | 9.6 |
| Particuliere bedrijven (gemiddeld) | 5.7 |
| Gesubsidieerde instellingen (gemiddeld) | 5.4 |
tags: #nrc #sportschool #geen #cao