Het kiezen van de juiste ringmaat is van essentieel belang voor comfort en stijl, en het zorgt ervoor dat je nieuwe accessoire aanvoelt als een natuurlijk verlengstuk van je hand.
Het Belang van de Juiste Ringmaat
Ringen zijn prachtige accessoires die geschikt zijn voor ieder moment van de dag. Bovendien staan ze symbool voor belangrijke momenten in ons leven, zoals een verloving, geboorte of bruiloft, maar lekker jezelf of een dierbare verwennen met een ring kan natuurlijk altijd. Het is dus belangrijk dat deze sieraden een perfecte pasvorm hebben. Je wilt je namelijk geen zorgen maken of de ring wel goed blijft zitten en of je hem niet per ongeluk verliest.
Hoe Vind Je een Perfect Passende Ring?
De sleutel tot het kiezen van een ring die perfect past, is te weten hoe je de ringmaat correct opmeet. Hier lees je hoe je je vinger opmeet, het juiste ontwerp kiest en de perfecte pasvorm vindt.
1. Meet Je Vinger
De eerste stap is het meten van de omtrek van je vinger. Dit is heel eenvoudig en kan met spullen die je al in huis hebt. Zo meet je je ringmaat met behulp van een touwtje of papiertje:
- Gebruik een touwtje of een strook papier: Kies een dun en flexibel materiaal.
- Wikkel het om je vinger: Zorg ervoor dat het touwtje of papiertje goed om de basis van je vinger past zonder te knellen.
- Markeer het punt waar het overlapt: Gebruik een pen om te markeren waar het touwtje of papier overlapt.
- Meet de lengte: Leg het touwtje of papier plat en meet de afstand tussen de markeringen met een liniaal. Dit getal is de omtrek van je vinger en wordt gebruikt om je EU-ringmaat te vinden.
Ter referentie: de meest voorkomende ringmaat voor mannen is 62 mm (EU), T1/2 (UK) of 10 (US). De gemiddelde ringmaat vrouw ligt rond ringmaat 17, terwijl de gemiddelde man ringmaat 20,5 heeft.
Tip: Om zeker te zijn van de juiste maat, moet je je vinger opmeten aan het einde van de dag, als je vingers een beetje opgezwollen zijn door je activiteiten. Dit geeft de meest comfortabele pasvorm.

2. Kies het Ontwerp
Nu je je ringmaat weet, is het tijd om een ontwerp te kiezen. Het materiaal en de stijl van de ring kunnen de pasvorm beïnvloeden, dus houd daar rekening mee.
- Keramische ringen: Keramische ringen zijn zeer duurzaam, krasbestendig en licht. Maar ze kunnen niet worden aangepast, dus zorg er vanaf het begin voor dat je de juiste maat kiest.
- Ringen met stenen: Ringen met stenen maken een statement. Ze zitten vaak wat groter om je vinger, dus zorg ervoor dat de maat comfortabel is zonder dat de steen aan kleding of voorwerpen blijft haken.
- Zegelringen: Zegelringen hebben een klassieke uitstraling en hebben meestal een platte bovenkant. Ze vallen vaak iets groter uit door hun volumineuzere ontwerp, dus zorg ervoor dat je je comfortabel voelt met het extra gewicht.
- Schedelringen: Schedelringen zijn gedurfd en stoer en worden vaak gedragen door mannen die een wat ruigere stijl willen. Door hun ontwerp kunnen ze soms draaien aan je vinger, dus een iets strakkere pasvorm is aan te raden.
- Roestvrijstalen ringen: Ringen van roestvrij staal zijn veelzijdig en duurzaam. Ze bieden een gestroomlijnde, strakke look die past bij zowel casual als formele kleding. Deze ringen zijn relatief gemakkelijk op maat te maken.
- Titanium ringen: Titanium ringen zijn licht en stevig, ideaal voor dagelijks gebruik. Net als keramische ringen kunnen ze niet worden aangepast, dus nauwkeurig meten is cruciaal.
3. Kies de Juiste Maat
Een ring die comfortabel zit, moet strak genoeg zitten om niet af te glijden, maar los genoeg om soepel over je knokkel te schuiven. Twijfel je tussen twee maten? Kies dan bij voorkeur de kleinere maat voor een betere pasvorm.
Houd er rekening mee dat ringen van materialen zoals wolfraam (tungsten), keramiek en hout niet kunnen worden aangepast, dus zorg dat je maat precies klopt. Als je ring toch iets te ruim is, kun je een ringmaatverkleiner gebruiken om de pasvorm te verbeteren zonder meteen een nieuwe ring te moeten kopen.
Let op: Verschillende landen hanteren verschillende maatsystemen. Bijvoorbeeld, een 57 mm ringmaat (EU) komt overeen met US maat 8 of UK maat P1/2. Check deze maten altijd als je internationaal shopt.

4. Pas Je Ring
Als je je ring hebt gekozen en eindelijk hebt ontvangen, test hem dan om te kijken of hij goed zit. Een goed passende ring mag niet te strak zitten of je bloedsomloop afknellen. Ook mag hij niet zo los zitten dat hij ronddraait of van je vinger glijdt. Test de pasvorm door je vingers te bewegen en te controleren of hij gemakkelijk over je knokkel glijdt, maar niet van je vinger afglijdt.
Wil je een strakkere ring? Dan is het aan te raden om een iets kleinere maat te kiezen. Een dunne ring draag je namelijk om het smalste gedeelte onderaan je vinger, terwijl een bredere ring meer ruimte in beslag neemt.
Customized Ringen
Ben je in tussen ringmaten, of wil je er gewoon zeker van zijn dat de ring perfect past - of je hem nu voor jezelf koopt of als cadeau geeft? Wij maken ook ringen op maat.
Op deze manier hoef je je geen zorgen te maken over het vinden van de juiste maat, aangezien onze op maat gemaakte sieraden perfect op jou worden afgestemd, zodat je nieuwe sieraad zo comfortabel mogelijk aanvoelt. Wist je dat we ook op maat gemaakte verlovings- en trouwringen maken, duurzaam vervaardigd uit gerecycled goud of zilver? Bekijk gerust onze bruidscollectie of informeer naar de mogelijkheden voor op maat gemaakte bruidssieraden.
Hulpmiddelen voor het Opmeten
Heb je nog geen ring die goed past of wil je je ringmaat opmeten aan de hand van de omtrek van je vinger? Dan is deze methode een goede keuze. Hierbij heb je namelijk geen bestaande ring nodig. Wat je wel nodig hebt is een touwtje.
Wikkel dit touwtje netjes om je vinger, op de plek waar je normaal gesproken een ring zou dragen. Trek het touw niet te strak, maar zorg ervoor dat hij goed aansluit op je huid. Vervolgens bekijk je op welk punt het uiteinde van het touw begint te overlappen met de rest van het touw. Knip het touwtje hier af en meet het vervolgens op.
Mocht je onverhoopt toch de verkeerde maat hebben gekocht, dan is dat geen enkel probleem. We hebben nog een hulpmiddel om je ringmaat op te meten, onze gratis ringsizer! Super handig, de multisizer werkt als een riem maar dan voor je vinger, je verschuift hem net zo lang tot hij lekker zit en het goed voelt.
Luminora - Ringmaat Meten in 1 Minuut - Eenvoudige Gids
CITES en EU-Verordeningen: Identificatie van Soorten
Op internationaal niveau bestaat CITES uit drie Bijlagen (Bijlage I, II en III) waarin planten- en diersoorten worden opgelijst volgens het noodzakelijke niveau van bescherming. Op Europees niveau heeft de Europese Unie (EU) specifieke verordeningen aangenomen om de bepalingen van CITES op dezelfde manier te implementeren in alle lidstaten. De EU is voor bepaalde aspecten strenger en ambitieuzer en heeft daarom onder andere de CITES-Bijlagen (op internationaal niveau) omgezet in EU-Bijlagen.
De Bijlagen spelen een cruciale rol bij het reguleren van de handel in soorten die beschermd worden door CITES, omdat ze aangeven welke CITES-documenten vereist zijn. Net als de Overeenkomst beschermt de EU niet alleen levende dieren en planten, maar ook dode dieren en planten en hun delen en producten.
De Vier EU-Bijlagen
Samengevat heeft de Europese Verordening (EG) nr. 338/97 vier Bijlagen:
- Bijlage A: Omvat alle dier- en plantensoorten die met uitsterven worden bedreigd en waarvan de handel schadelijk kan zijn voor hun voortbestaan. Deze soorten genieten de hoogste bescherming en handel in specimens afkomstig uit het wild is verboden. Er is een Europees certificaat vereist voor alle commerciële activiteiten binnen de Europese Unie.
- Bijlage B: Omvat alle dier- en plantensoorten die niet direct bedreigd zijn, maar dat wel kunnen worden als hun handel niet gereguleerd wordt. Een bewijs van wettelijke oorsprong is vereist voor elk type commerciële activiteit binnen de Europese Unie, bijvoorbeeld een gedetailleerde factuur, een overdrachtsverklaring, enz. die alle informatie bevat over de oorsprong, identificatie en transactie. Gebruik bij voorkeur het EU-model van overdrachtsverklaring.
- Bijlage C: Omvat soorten die beschermd zijn in landen die de medewerking van andere CITES-partijen nodig hebben om de handel erin te controleren. Binnen de Europese Unie zijn geen documenten vereist, maar we raden je aan een bewijs van wettelijke oorsprong te gebruiken om aan te tonen dat je het specimen legaal hebt verkregen.
- Bijlage D: Omvat soorten die niet beschermd worden door CITES, maar waarvoor de EU de importstroom naar de verschillende EU-lidstaten wil monitoren.
Identificatievereisten per Bijlage
De identificatievereiste hangt af van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 338/97 waarin de soort is opgenomen.
Bijlage A
Alle in Bijlage A vermelde soorten die het voorwerp uitmaken van commerciële activiteiten (aankoop, verkoop, kweek, enz.) moeten een uniek en permanent merkteken krijgen overeenkomstig artikel 66 van de Europese Verordening (EG) nr. 865/2006. Je moet deze informatie bij je aanvraag voor een Europees certificaat voegen, zodat er een expliciet verband is tussen het certificaat en het specimen. De identificatie moet ook worden vermeld op het Europese certificaat.
Bijlagen B, C en D
Het is niet verplicht om de soorten in Bijlagen B, C en D te identificeren. We moedigen je echter aan om dit toch te doen om een optimale traceerbaarheid van het specimen door de hele handelsketen te garanderen.
Methoden van Identificatie
Er zijn verschillende methoden voor het identificeren van specimens, afhankelijk van de soort en de bijlage waarin deze is opgenomen.
Gesloten Ring
Dit is een volledig gesloten, naadloze ring met een uniek, permanent merkteken, die wordt aangebracht op vogels in de eerste paar dagen van hun leven. Deze ring kan niet meer van de vogel verwijderd worden wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt.
Ben je een kweker? Gebruik ringen met een diameter die geschikt is voor de soort. De diameter houdt rekening met de grootte van de poot van de vogel en zorgt voor een comfortabele en stevige pasvorm. De diameter van een ring voor een grijze roodstaartpapegaai is bijvoorbeeld 10,0 mm. Ringen met een uniek nummer met het geboortejaar van de jonge vogels. Bestel je ringen op tijd bij een van de Belgische ornithologische verenigingen.
Open Ring
Een open ring kan op elk moment om de poot van een vogel worden geplaatst en kan dus ook op elk moment worden verwijderd. Deze markeringsmethode wordt niet erkend door de Europese regelgeving voor vogels.
Microchip
Een microchip is een transponder met een onveranderlijke chip die een specifiek nummer draagt en voldoet aan de ISO-normen 11784:1996 (E) en 11785:1996 (E). Het nummer op de huidige microchips bestaat uit een unieke code van 15 cijfers.
Een microchip wordt ingeplant door een dierenarts, rekening houdend met het welzijn en het natuurlijke gedrag van het levend dier in kwestie. Zodra de chip is ingeplant, geeft de dierenarts je een identificatieattest per chip waarop het nummer van de chip staat die in je specimen is ingeplant.
Afmetingen
Voor bepaalde soorten specimens die niet geïdentificeerd kunnen worden door middel van een gesloten ring of microchip, kan het vermelden van de afmetingen op het document de identificatie vergemakkelijken (bijv. gelooide huid, schedel, ivoren beeldje, enz.).
Dit kan ook het geval zijn voor levende dieren waarbij de fysieke of gedragskenmerken van het dier het onmogelijk maken om een microchip in te planten, bijvoorbeeld een schildpadsoort die zelfs als volwassen dier te klein is. In dat geval moet bij de aanvraag voor een certificaat voor de in Bijlage A genoemde soorten een door een dierenarts afgegeven document worden overgelegd waarin wordt bevestigd dat identificatie met behulp van een chip onmogelijk is.
Fotografische Identificatie
Sommige landen in de Europese Unie gebruiken fotografische identificatie: foto's van het specimen worden aan het Europese certificaat gehecht als identificatiemethode. Deze foto's moeten altijd bij het certificaat worden gevoegd en moeten regelmatig aangevuld worden met recente foto’s om geldig te zijn.
Fotografische identificatie wordt niet gebruikt in België, maar Duitsland en verschillende andere EU-landen zoals Hongarije, Oostenrijk en Slovenië geven nog steeds Europese certificaten met foto-identificatie uit. Er zijn echter beperkingen: het certificaat is alleen geldig als het vergezeld is van de identificatiefoto en het geldt alleen voor commerciële activiteiten tussen een persoon uit de lidstaat die het certificaat afgeeft en de eerste Belgische koper.
Specifieke Identificatievereisten per Dierensoort
Bijlage A: Vogels
Vogels vermeld in Bijlage A die in gevangenschap geboren en gefokt zijn, moeten verplicht geïdentificeerd worden door middel van een gesloten, naadloze ring met een uniek merkteken. In bepaalde uitzonderlijke omstandigheden kan een vogel een microchip krijgen als zijn fysieke of gedragskenmerken dat vereisen. In dat geval geeft de dierenarts die verantwoordelijk is voor het plaatsen van de microchip een attest af met de redenen voor de genomen maatregel. Je moet het attest toevoegen aan je aanvraag.
Als de vogel al een gesloten ring droeg en de dierenarts deze om medische redenen moest verwijderen, moet dit ook op het attest van de dierenarts worden vermeld, samen met het nummer van de ring die werd verwijderd en het nummer van de microchip die de ring vervangt. In dat geval moet je een nieuw Europees certificaat aanvragen met het chipnummer.
Heb je jonge vogels van een kwekerij die geïdentificeerd zijn met een microchip in plaats van een gesloten pootring? In dat geval is een DNA-analyse van alle jonge vogels en beide ouders of de oudergroep nodig om de afstamming te bewijzen. Je kan deze analyse aanvragen bij het laboratorium van je keuze.
Bijlage A: Zoogdieren
Levende zoogdieren van Bijlage A moeten verplicht geïdentificeerd worden door middel van een microchip. Dit geldt eveneens voor dode specimens.
Afmetingen te vermelden bij de code:
- Schedel (zonder hoorn): SKU: lengte x breedte x hoogte in cm
- Schedel (met hoorn): SKU (lengte x breedte x hoogte in cm) + HOR (lengte en afstand tussen de uiteinden van de hoorn ('tip to tip') in cm)
- Skelet (gemonteerd): SKE: lengte x hoogte in cm
- Skelet (niet gemonteerd): SKE: totaal gewicht
- Huiden: SKI: lengte van kop tot staart in cm
- Klauwen: CLA: buitenste boog in mm, die de voor- en/of achterpoot + links of rechts aangeeft
- Beeldhouwwerk in bot: BOC: lengte x breedte x hoogte in cm, met gewicht
Bijlagen B, C en D: Zoogdieren, Reptielen, Amfibieën
Identificatie is niet verplicht voor soorten die zijn opgenomen in Bijlagen B, C en D, maar de bovenstaande informatie kan als leidraad worden gebruikt als je een identificatie van je specimen wilt toevoegen aan je overdrachtsdocument.
Bijlage A: Reptielen
De in Bijlage A vermelde reptielen die in gevangenschap geboren en gefokt zijn, moeten verplicht geïdentificeerd worden door middel van een microchip. Als het niet mogelijk is om een dier van een microchip te voorzien om redenen van dierenwelzijn of vanwege de fysieke of gedragskenmerken van het dier, worden de afmetingen gebruikt als identificatiemiddel. In dit geval geeft de dierenarts die verantwoordelijk is voor het plaatsen van de microchip een attest af met de redenen voor de genomen maatregel. Je moet het attest toevoegen aan je aanvraag alsook kleurenfoto’s van het dier.
Op te geven afmetingen voor hagedissen (bvb. Shinisaurus crocodilurus): De meest gebruikte maat is de lengte van snuit tot cloaca. Hagedissen verliezen namelijk vaak delen van hun staart tijdens hun leven of gebruiken deze als verdedigingsmaatregel. In de meeste gevallen groeit de staart wel terug, maar is de geregenereerde staart korter.
Bijlage A: Amfibieën
De in Bijlage A vermelde amfibieën (bv. kikkers en salamanders) die in gevangenschap geboren en gefokt zijn, moeten verplicht geïdentificeerd worden door middel van een microchip. Als het niet mogelijk is om een dier van een microchip te voorzien om redenen van dierenwelzijn of vanwege de fysieke of gedragskenmerken van het dier, worden de afmetingen gebruikt als identificatiemiddel. In dit geval moet een attest van een dierenarts worden voorgelegd. Voor sommige amfibiesoorten (bvb. Neurergus kaiseri) zijn foto’s van het exemplaar in rugaanzicht en linker- en rechter zijaanzicht vereist.

Borstkolven en de Pasvorm van het Schild
Hoewel niet direct gerelateerd aan ringmaten of CITES-regelgeving, is de pasvorm van het schild van een borstkolf cruciaal voor een comfortabele en efficiënte kolfsessie.
Het schild is het trechtervormige gedeelte van de kolf dat rond de borst en tepel past. Dit gedeelte heeft een openingshoek van 90° waar de borst in past, en een tunnel waarin de tepel tijdens het afkolven vrij zou moeten kunnen bewegen. Via een zuigbeweging wordt moedermelk door een kolf afgekolfd. Het schild zou een comfortabel zegel moeten vormen om een vacuüm op te bouwen en de tepel voorzichtig in de tunnel te trekken zonder de borst of tepel te verwonden. Met een goed passend schild worden de melkkanalen niet samengeperst. Het ondersteunt ook een optimale leging van de borsten en helpt de hoeveelheid gekolfde melk vermeerderen. Een slecht passend schild beperkt de melkstroom en leidt tot verstoppingen en een verminderde melkproductie.
Beschikbare maten: Nu al beschikbaar: 25mm, 30,5 mm. Nieuwe maten: 21mm, 28mm, 36 mm. Onze borstkolven zijn voorzien van standaard borstschilden van 25 mm. Onze Comfort Fit borstschilden zijn comfortabel en flexibel voor een goede pasvorm.
De diameter van het tepelkanaal moet iets groter zijn dan de diameter van de tepel, om voldoende ruimte te laten voor de tepel om comfortabel uit te rekken tijdens het afkolven.

tags: #buikschild #ring #fit