Nierproblemen bij honden komen geregeld voor. Het niet goed functioneren van de nieren kan een heel acuut (snel) optredend proces zijn, bijvoorbeeld ten gevolge van infectie of een vergiftiging. Echter, er zijn ook een hele hoop andere afwijkingen en ziektes bij de hond die blijvende nierschade veroorzaken. We spreken echter pas van chronisch nierfalen indien over een langere periode (>3 maanden) is aangetoond dat er verminderd functioneren van de nieren plaatsvind. Chronisch nierfalen wordt ook wel afgekort tot CKD (chronic kidney failure) of CNI (chronische nierinsufficiëntie). Bij chronisch nierfalen is een deel van de nieren onherstelbaar beschadigd geraakt. Wanneer er klachten optreden is vaak al meer dan de helft van de nierfunctie verloren gegaan. Mensen en dieren hebben een enorme reserve aan niercapaciteit. We weten allemaal dat we zonder problemen één nier kunnen missen (wat dus 50% is). Symptomen worden pas merkbaar als 75% van de nierfunctie verloren is gegaan. Omdat het verlies van de nierfunctie meestal geleidelijk is gegaan hebben de dieren de mogelijkheid zich aan te passen. Wij zien vaak honden met ernstig nierfalen die het desondanks nog vrij goed doen. Echter, op een gegeven moment houdt ook dit op en worden dieren ziek. Chronisch nierfalen wordt het meest gezien bij honden ouder dan zeven jaar. Nierfalen komt vaker voor bij oudere honden, omdat de nieren na verloop van tijd minder efficiënt functioneren. Oudere honden hebben een grotere kans op chronisch nierfalen, wat kan leiden tot een geleidelijke achteruitgang van de nierfunctie. De oorzaak van nierfalen is zeer divers. Aangeboren afwijkingen komen voor, maar meestal ontstaat nierfalen op oudere leeftijd.
Er zijn grofweg twee soorten nierfalen te onderscheiden: chronisch en acuut. Acuut nierfalen (ANF) bij honden is een plotselinge en ernstige afname van de nierfunctie. Deze ziekte kan snel optreden en leiden tot levensbedreigende complicaties als de hond niet snel wordt behandeld. Bij acuut nierfalen kunnen de nieren hun vermogen verliezen om afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed te filteren. Dit veroorzaakt een ophoping van gifstoffen in het lichaam, wat schadelijk kan zijn voor verschillende organen. Acuut nierfalen treedt vaak sneller op en chronisch nierfalen ontwikkelt zich eerder over een langere periode. Bij acuut nierfalen is meestal opname voor infuus nodig, om de afvoer van afvalstoffen uit het bloed te ondersteunen.
Oorzaken van Nierfalen bij Honden
De oorzaken van nierfalen kunnen zeer divers zijn. Indien mogelijk nemen we de oorzaak van het nierfalen weg. Hier zijn enkele mogelijke oorzaken:
- Amyloidosis: Hierbij slaan bepaalde eiwitten neer in de nieren wat uiteindelijk leidt tot nierfalen.
- Infecties in de urinewegen en nieren: Dit komt geregeld voor. Daarom moet er altijd een goed urineonderzoek uitgevoerd worden als de diagnose nierfalen gesteld wordt.
- Polycystic kidney disease (PKD): Hierbij worden er cystes (blazen) in de nieren gevormd welke tot nierfalen leiden.
- Infecties elders in het lichaam: Bij infecties worden er in het lichaam antistoffen gevormd. Dit zijn eiwitten die op de bacteriën of virussen “vasthechten” en daarna door afweercellen opgeruimd worden. Door de zeeffunctie van de nieren kunnen deze antistoffen “vastlopen” in de nieren (in de glomeruli).
- Inname van stoffen welke giftig zijn voor de nieren: Bekende voorbeelden zijn ethyleenglycolvergiftiging (dit is vloeistof die in koelkasten zit en erg zoet smaakt) of lelievergiftiging. Veel gevallen van acuut nierfalen worden veroorzaakt door blootstelling aan giftige stoffen. Houd antivries, schoonmaakmiddelen, bepaalde medicijnen (zoals ibuprofen) en giftige planten (zoals lelies) buiten bereik van je hond.
- Pre-renaal nierfalen: Hierbij krijgen de nieren te weinig bloed (met zuurstof). Dit treedt op bij bijvoorbeeld uitdroging of hartfalen. Door zuurstofgebrek sterven de cellen in de nieren af. Dit type nierfalen wordt veroorzaakt door problemen vóór de nieren. De nier zelf is gezond, maar krijgt op de één of ander manier onvoldoende bloed.
- Renaal nierfalen: Door bijvoorbeeld giftige stoffen, infecties, immuungemedieerde ontstekingen raken de nefronen acuut beschadigd. Dit type nierfalen wordt veroorzaakt door een probleem in de nieren zelf.
- Post-renaal nierfalen: Hierbij is de urineafvoer verstopt geraakt. Hierbij heeft de hond een verstopping van de urineafvoerwegen (plasbuis). Postrenaal nierfalen treedt op wanneer er een verstopping of blokkade is in de urinewegen, waardoor urine niet goed kan worden afgevoerd. Dit kan leiden tot een terugvloeiing van urine (reflux), wat de nieren beschadigt.
- Veroudering: Naarmate honden ouder worden, vermindert de nierfunctie vaak van nature.
- Hormoonziekten: Zoals bijvoorbeeld.
Symptomen van Nierfalen bij Honden
De symptomen van nierproblemen bij een hond zijn pas vaak laat zichtbaar. Pas als de nieren voor minder dan 25 procent functioneren, worden symptomen zichtbaar. Het slechter functioneren van de nieren gaat bij chronisch nierfalen geleidelijk. De symptomen van chronisch nierfalen bij honden ontwikkelen zich meestal langzaam en worden vaak pas merkbaar als de nieren al aanzienlijke schade hebben opgelopen. Veel van de symptomen kunnen in het begin subtiel zijn en worden mogelijk verward met algemene veroudering. Bij veel plassen en drinken, misselijkheid, weinig eetlust, overgeven en lusteloosheid moeten er (sowieso) alarmbellen afgaan. Hieraan kunt u nierproblemen bij uw hond herkennen.
Veelvoorkomende symptomen zijn:
- Veel drinken en plassen: De nieren kunnen de urine niet meer goed concentreren als uw hond een nierprobleem heeft. Hierdoor zullen ze meer gaan plassen en daardoor meer gaan drinken. De plas is vaak ook waterig, omdat de nieren de urine niet goed meer kunnen concentreren. Honden met nierfalen kunnen vaak meer dorst hebben, waardoor de hond waarschijnlijk meer water drinkt dan normaal.
- Misselijkheid, braken, minder eetlust: Bij nierfalen kunnen de nieren afvalstoffen niet meer goed uit het bloed verwijderen. De belangrijkste afvalstoffen zijn ureum en creatinine. Door de verhoogde afvalstoffen kunnen er zweertjes ontstaan in het maagdarmkanaal en de mondholte. Dit kunnen zweertjes op de tong van de hond zijn, wat een verminderde eetlust en pijn bij het eten kan veroorzaken, maar ook zweren in de maag, wat misselijkheid en braken kan geven. Verder komen ook zweren in de darmen soms voor waardoor diarreeklachten kunnen ontstaan. Minder eetlust, of zelfs misselijkheid en braken: de nieren kunnen afvalstoffen niet meer goed verwerken. Honden en andere dieren met nierfalen kunnen veranderingen in hun eet- en drinkgewoonten vertonen, zoals verminderde eetlust of verhoogde dorst. Houd deze veranderingen goed in de gaten, omdat deze indicaties kunnen zijn nierproblemen.
- Bloedarmoede: De nieren maken normaal erytropoïtine (EPO) aan, een hormoon dat de productie van rode bloedcellen stimuleert. Bij nierfalen kan te weinig van dit hormoon aangemaakt worden, waardoor er minder rode bloedcellen worden aangemaakt. Bloedarmoede treedt vaak op doordat er minder rode bloedcellen worden aangemaakt.
- Lusteloosheid en zwakte: Dit kan door uitdroging optreden.
- Slechte adem: Bij chronisch nierfalen stinkt uw huisdier erg uit zijn bek.
- Verhoogd creatinine in het bloed: Wanneer de nierfunctie voor 70% - 80% is afgenomen, stijgen deze waarden (azotemie).
- Verhoogd ureum in het bloed: Ureum is een afvalproduct van eiwitten, dat in de lever wordt gevormd en door de nieren wordt uitgescheiden.
- Verhoogd fosfaat in bloed: Verder kan fosfaat in bloed verhoogd raken omdat de nieren het overtollige fosfaat niet goed uit kunnen scheiden.
- Verstoorde kaliumbalans: Ook de kaliumbalans kan verstoord raken, wat weer effect heeft op de spieren in het lichaam. Dit uit zich in spierzwakte.
- Uitdroging: Ondanks dat uw huisdier veel drinkt kan er uitdroging optreden. Als u de huid optrekt en deze loslaat dan blijft die in een plooi staan.
Honden met nierfalen kunnen pijn ervaren, vooral als de aandoening gepaard gaat met ontstekingen, infecties of andere complicaties. Het is belangrijk om je hond goed in de gaten te houden en eventueel pijnstillers te geven. Die moeten worden voorgeschreven door de dierenarts.
Diagnose van Nierfalen
De diagnose van een nierprobleem bij honden wordt dus gesteld door middel van bloed- en urineonderzoek, echografie en eventueel nierbiopten. Voor een goede diagnose van nierfalen bij de hond zal de dierenarts altijd eerst een urine- en bloedonderzoek uitvoeren. Ook is het belangrijk om de bloeddruk te meten en om het eiwitgehalte in de urine te bepalen. Het functioneren van de nieren kan op een aantal verschillende wijzen worden onderzocht. We bepalen de concentratie van de urine, het eiwitgehalte in de urine en de aanwezigheid van suiker, rode bloedcellen of ontstekingscellen. Op deze manier kunnen we wat zeggen over de filterfunctie van de nier en de mogelijke aanwezigheid van een infectie. Middels bloedonderzoek kunnen we ook een indruk krijgen van de filterfunctie van de nier. We bepalen hiertoe het ureum, creatinine en SDMA gehalte. Het creatinine gehalte is echter niet een waarde waar we alleen op moeten varen. Het zou dan zo kunnen zijn dat er (gelukkig) helemaal geen sprake is van nierfalen. Het echografisch onderzoek is een manier waarop we de nieren en de urine wegen in beeld kunnen brengen. In overleg met u kan er besloten worden om een biopt van de nieren te nemen en op te sturen naar de patholoog voor verder onderzoek. Deze kan vaak exacter zeggen wat het ziekteproces is dat zich in de nieren afspeelt. Het nierbiopt wordt genomen onder echogeleiding. Vooraf aan deze ingreep zal de bloedstolling van uw dier worden gecontroleerd om het risico op bloedingen of complicaties zo klein mogelijk te laten zijn.
Honden en katten met nierfalen worden ingedeeld volgens de IRIS-classificatie (International Renal Interest Society). Dit is een classificering die door middel van het creatininegehalte in het bloed een huisdier onderverdeeld naarmate de ernst van nierfalen. Er zijn vier verschillende stadia: stage 1, 2, 3 en 4, waarbij stage 4 ´end stage kidney failure´ wordt genoemd. Met behulp van de hoeveelheid eiwitten in de urine en de bloeddruk worden honden en katten nog extra onderverdeeld in substadia, waardoor een goed behandelplan opgesteld kan worden.

Het soortelijk gewicht (SG) geeft de concentratie van de urine weer. Met een refractometer kan in de kliniek het soortelijk gewicht van de urine worden gemeten. Een normaal SG van de urine van een hond is 1.030 en die van een kat 1.035. Standaard wordt er bij verdenking van CNI een urineonderzoek uitgevoerd waarbij het SG wordt gemeten. Bij nierfalen kan er zoveel nierschade zijn dat er eiwit in de urine komt. Dit gebeurt omdat de nieren de eiwitmoleculen doorlaten terwijl ze dit normaal gesproken niet doen. De hoeveelheid eiwit in de urine kan in een laboratorium bepaald worden, via de eiwit/creatinine ratio. Aangezien er ook eiwitten in de urine terecht kunnen komen doordat er een urineweginfectie of een bloeding aanwezig is, dienen deze oorzaken eerst uitgesloten te worden.
De UPC-ratio kan worden gebruikt om proteïnurie te monitoren en de respons op de behandeling te evalueren, maar ook om bij benadering de levensverwachting van de kat te bepalen. De test voor de UPC-ratio is een eenvoudige test die meet hoeveel eiwit via de nieren wordt verloren en bepaalt of dit verlies een gezondheidsrisico voor het dier vormt. De UPC Ratio-test van IDEXX bepaalt het verlies van eiwitten via de urine. Er kunnen al heel kleine hoeveelheden eiwit (> 5 mg/dl) worden gedetecteerd in urinemonsters van honden en katten. Door ook de creatinine-concentratie te bepalen en de verhouding te berekenen tussen eiwit en creatinine, bepaalt de UPC Ratio-test van IDEXX het verlies van eiwitten via de urine. Creatinine is een bijproduct van spierafbraak. Voorbijgaande verliezen van kleine hoeveelheden eiwit via de nieren hoeven niet ernstig te zijn als de nieren verder goed werken en geconcentreerde urine produceren. Maar als de nierfunctie is aangetast en de nieren verdunde urine produceren, kunnen zelfs kleine hoeveelheden urinair eiwitverlies abnormaal zijn en is nader onderzoek geboden. Substantieel en/of persisterend eiwitverlies via de nieren is reden tot zorg omdat dit betekent dat de nieren niet goed werken.
Wanneer de nierwaarden op het bloedonderzoek verhoogd zijn en de urine een laag soortelijk gewicht heeft, worden ze opgenomen in de kliniek. De mineralen zoals natrium, kalium en chloor worden ook gecontroleerd, om zo een goed passend infuus aan te leggen.
Behandeling van Nierfalen
Helaas is nierfalen niet te genezen en de behandeling van een nierpatiënt berust vooral op het voorkomen van verergering en het verbeteren van de levenskwaliteit. De behandeling van nierfalen is erop gericht de oorzaak indien mogelijk weg te nemen, ondersteunende behandeling met infuus, medicatie en aangepaste voeding. Hoewel er bij chronische nierziekte geen volledig herstel meer mogelijk is, zijn er vaak nog verschillende behandelingen mogelijk om het ziekteproces af te remmen. Welke behandeling het beste is, hangt af van de ernst van de nierschade, of er sprake is van acuut nierfalen of chronisch nierfalen en of er bijkomende problemen zijn zoals een verhoogde bloeddruk.
Ondersteunende zorg:
- Extra vocht geven: Door uw huisdier aan een infuus te leggen worden de slechte stoffen uit het lichaam gespoeld en wordt de uitdroging verminderd. Als de diagnose van een nierprobleem gesteld is kan het nodig zijn dat we het dier moeten helpen met het afvoeren van overtollige afvalstoffen. We geven dan een intraveneus infuus (direct in het bloedvat). Hiervoor moet uw hond wel opgenomen worden bij de dierenarts. Na het intraveneus infuus kunnen we ook grote hoeveelheden vocht onder de huid aanbrengen (bij katten), waardoor de nieren ook doorgespoeld worden. Dit onder de huid geven van vocht, een subcutaan infuus, zou ook eventueel door u thuis gegeven kunnen worden.
- Medicatie: Wanneer de hond of kat braakt, wordt er een antibraakmiddel gegeven, dat ze vaak iets beter laat voelen. Bij misselijkheid of braken kunnen we maagzuurremmers of maagbeschermers geven. We kunnen ook eetlust opwekkende medicatie geven. Wanneer de hoeveelheid kalium in het bloed te laag is kunnen we dit ook toevoegen aan het eten.
Nierdieet:
Dit is een zeer belangrijk onderdeel in de behandeling van nierfalen. Als de kat of hond begint met eten is het optimaal als er meteen gestart kan worden met een nierdieet. Dit voer zal uw huisdier levenslang moeten krijgen. Een nierdieet bevat namelijk minder natrium, fosfor en proteïnen, waardoor de nieren ontlast worden (Royal Canin Renal of Hill’s K/D). De productie van afvalstoffen wordt verminderd door het eten van nierdieet. Hierin zit namelijk minder eiwit en fosfaat, waardoor er minder creatinine, ureum en fosfaat in het bloed zal worden gevormd. De nieren hoeven dan dus minder afvalstoffen uit te scheiden en er zal minder fosfaat in de nieren neerslaan. Belangrijk is wel altijd te onthouden dat we het liefst willen dat een hond met een nierprobleem een nierdieet eet, maar het is veel belangrijker dát een hond eet dan wát deze eet! Het is ook een optie om een fosfaatvanger te geven bij normale voeders, hiermee kunnen we in ieder geval de opname van fosfor beperken. Het is bewezen dat fosfaatbeperking het leven van een nierpatiënt verlengt. Er zijn speciale nierdiëten ontworpen om de belasting van de nieren te verminderen. Die kunnen helpen om de ziekte te vertragen. De voeding heeft dan een laag fosfor- en eiwitgehalte, maar een verhoogd vet- en kaliumgehalte.

Behandeling van een te hoge bloeddruk:
Dieren met een nierprobleem ontwikkelen regelmatig een verhoogde bloeddruk, ofwel hypertensie. Door de hypertensie zal de achteruitgang van de nieren sneller gaan, maar ook andere organen hebben last van de te hoge bloeddruk (hersenen, ogen). Als de bloeddruk te hoog is, kan er medicatie worden gegeven om de bloeddruk te verlagen. Klachten die kunnen optreden door een te hoge bloeddruk zijn: bloedingen in het oog, sufheid en depressie of een dronkenmangang. Ook kan een te hoge bloeddruk hypertrofische cardiomyopathie veroorzaken (verdikking van de wand van het hart).
Behandeling bloedarmoede:
Om het percentage rode bloedcellen te verhogen bij dieren met nierfalen kunnen injecties gegeven worden met het hormoon (EPO) dat zorgt voor de aanmaak van deze cellen.
Nierfalen bij honden | Alles wat je MOET weten | Uitleg van een dierenarts | Dogtor Pete
Prognose en Levenskwaliteit
Een hond of kat met chronisch nierfalen is voor de rest van zijn leven nierpatiënt. In het beginstadium kunnen dieren met een chronisch nierprobleem vaak nog jaren leven. Bij een vergevorderd nierfalen is de prognose slechter. Is er eiwitverlies via de nieren. Dieren met eiwitverlies via de nieren (een gestegen UPC ratio) hebben een slechtere prognose. Het overlevingspercentage voor honden met nierfalen hangt af van het type nierfalen en het stadium van de ziekte. Bij acuut nierfalen is er een kans op herstel als de oorzaak snel wordt behandeld, terwijl chronisch nierfalen meestal ongeneeslijk is. Wanneer de nieren te veel beschadigd zijn en de hond zich nog steeds erg ziek voelt ondanks de behandeling, dan is inslapen nog de enige optie. Als er tijdig een behandeling ingezet kan worden, kunnen honden met nierfalen vaak nog een hele poos een gelukkig leven leiden.
Het is belangrijk om uw huisdier na de opname en de diagnose regelmatig te laten controleren. Pas nadat de nierwaarden na enkele weken stabiel blijven kan er chronisch nierfalen worden bevestigd en kan uw dier ingedeeld worden volgens de IRIS-classificatie. In de beginperiode zal er vaker een controlebezoek nodig zijn: om de twee weken, dan om de maand en dan ieder half jaar. Het is verstandig om een hond met een nierprobleem regelmatig door ons te laten controleren. De eerste controle wordt aangeraden 2 maanden na de diagnose, daarna is het aan te raden minimaal 2 keer per jaar langs te komen. Honden met een verder gevorderd nierfalen adviseren wij 4 of meer keer per jaar op controle te komen. Tijdens deze controles zal uw hond weer helemaal onderzocht worden, er zal bloed afgenomen worden voor onderzoek en indien nodig zullen medicijnen worden voorgeschreven en/of toegediend. Verder zullen we het lichaamsgewicht bijhouden en eventueel urineonderzoek en bloeddrukmeting doen.
Honden met nierfalen kunnen gevoeliger zijn voor stress, omdat de ziekte hun energie en weerstand kan verminderen. Zorg voor een rustige en comfortabele omgeving voor je huisdier. Vermijd plotselinge veranderingen in de omgeving en geef je hond voldoende tijd en ruimte om te rusten. Een hond met nierfalen heeft veel steun en comfort nodig. Zorg voor voldoende aandacht, knuffels en interactie. Denk ook aan je eigen gemoedsrust.