Voor medische onderzoeken zoals een CT-scan of angiografie, waarbij gebruik wordt gemaakt van jodiumhoudend contrastmiddel, is een goede nierfunctie essentieel. Het contrastmiddel kan namelijk schadelijk zijn voor de nieren, met name bij reeds bestaande nierproblemen. Om het risico op verdere nierschade te minimaliseren, is het cruciaal om de nierfunctie voorafgaand aan het onderzoek te beoordelen.
Uw behandelend arts, zoals een vaatchirurg, longarts, uroloog of cardioloog, kan besluiten dat een CT-scan of angiografie noodzakelijk is. Beide procedures maken gebruik van jodiumhoudend contrastmiddel, dat de visualisatie van organen en bloedvaten verbetert. Artsen gebruiken een CT-scan om ziektes of afwijkingen op te sporen. Een CT-scan is een onderzoek met röntgenstralen, en met contrastmiddel zijn organen en bloedvaten nog beter te zien. Een CT-scan maakt in één keer foto’s van alle kanten van de binnenkant van een lichaamsdeel.
Contrastmiddel is een vloeistof die delen van uw lichaam duidelijker te zien maakt tijdens een onderzoek. Meestal krijgt u het contrastmiddel via een infuus in een ader. Na het onderzoek plast u de vloeistof vanzelf weer uit. Uw nieren zorgen ervoor dat u het contrastmiddel uit plast. Contrastmiddel wordt soms gebruikt bij röntgenfoto's, een MRI, een CT-scan of bij een onderzoek van uw bloedvaten.
De arts kan de nierfunctie beoordelen aan de hand van uw leeftijd, medische geschiedenis of andere factoren. Als er een vermoeden bestaat van verminderde nierfunctie, bestaat het risico dat de contrastvloeistof de nierfunctie verder aantast. Om dit te voorkomen, is bloedonderzoek noodzakelijk. Als uw nierfunctie in de afgelopen drie maanden al is gecontroleerd en er geen reden is om verslechtering te verwachten, is een nieuw bloedonderzoek mogelijk niet nodig.
Voorbereiding op het onderzoek
De internist zal de resultaten van het bloedonderzoek met u bespreken en u vragen stellen over uw medicatiegebruik. Het is daarom belangrijk om een lijst met uw medicijnen bij u te hebben. Soms is ook een lichamelijk onderzoek door de internist nodig. Vervolgens zal de internist uitleggen welke maatregelen genomen kunnen worden om uw nieren te beschermen tegen het contrastmiddel.
Mogelijke voorzorgsmaatregelen kunnen zijn:
- Het aanpassen of stoppen van bepaalde medicijnen op de dag van het onderzoek en de dag ervoor.
- Het toedienen van extra vocht (en zout) via een infuus, zowel voor als na de CT-scan of angiografie.
Deze voorzorgsmaatregelen worden u op papier meegegeven. De opname voor de vochttoediening en het onderzoek vindt meestal binnen enkele weken plaats. U ontvangt een telefoontje of brief met de datum en locatie van het onderzoek. Soms wordt u een dag van tevoren opgenomen om tijdig te kunnen beginnen met de vochttoediening via een infuus in uw arm.
Het verloop van de CT-scan
Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoekstafel die langzaam door een ring schuift. De röntgenbuis in de ring maakt foto’s terwijl deze ronddraait. Het onderzoek duurt ongeveer 10 tot 15 minuten. U hoeft tijdens de CT-scan geen beschermende kleding te dragen. Het is noodzakelijk om vanaf 1 uur voor het onderzoek volledig nuchter te zijn.

Nazorg en controle
Na de CT-scan of angiografie gaat u terug naar uw afdeling, waar de vochttoediening via het infuus kan doorgaan. Als u na het onderzoek nog een nacht blijft, wordt de volgende ochtend uw bloed opnieuw onderzocht op nierfunctie. Bij een goede uitslag kunt u uw normale medicijngebruik hervatten. Als u op de dag van het onderzoek naar huis mag, moet u drie tot vijf dagen later nogmaals bloed laten prikken. Dit kan in het ziekenhuis of bij een prikpost. Later op de dag kunt u met de internist bellen over de uitslag van het bloedonderzoek, maar niet over het CT-onderzoek zelf.
Na het onderzoek is er een kleine kans op een allergische reactie op het jodiumhoudende contrastmiddel. Meestal gaan de klachten binnen een dag vanzelf over. Als de klachten aanhouden of verergeren, neem dan contact op met de afdeling Radiologie.
Creatinine en nierfunctie
Creatinine is een afbraakproduct van creatine in de spieren en wordt door de nieren uitgescheiden. Een verhoogd creatininegehalte in het bloed kan wijzen op een verminderde nierfunctie. Het is belangrijk om te weten dat creatinegebruik, zoals het innemen van creatine-supplementen, de creatininewaarden in het bloed kan verhogen. Dit kan leiden tot een vals-positieve uitslag bij een bloedtest voor nierfunctieschade. Daarom wordt geadviseerd om niet te gebruiken voorafgaand aan een bloedtest voor nierfunctieschade.
De geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) is een indicator voor de nierfunctie, berekend op basis van het creatininegehalte en rekening houdend met leeftijd, geslacht en etniciteit. Een normale eGFR is groter dan 90 ml/min/1.73m².

Creatine: meer dan alleen een sportsupplement
Creatine is een stof die van nature in het lichaam voorkomt en een rol speelt in de energievoorziening van spiercellen. Het wordt gesynthetiseerd in de nieren, pancreas en lever, en is ook aanwezig in voeding zoals vlees en vis. Creatine speelt een cruciale rol in het spierweefsel als tijdelijke buffer van energierijke fosfaatgroepen. Tijdens spiercontracties levert creatinefosfaat snel fosfaatgroepen voor de resynthese van ATP, de energievaluta van de cel.
Sportwetenschappers hebben aangetoond dat creatine-supplementatie de prestaties tijdens hoogintensieve, kortdurende inspanningen significant kan verbeteren. Hoe meer creatine er in de spieren is opgeslagen, hoe meer energie beschikbaar is voor spieractiviteit. Daarnaast stimuleert creatine anabole processen in spierweefsel door remming van het catabole myostatine, wat resulteert in een toename van spiermassa, explosieve spierkracht en uithoudingsvermogen. Spierweefsel bevat onder deze omstandigheden ook meer vocht.
Onderzoek suggereert dat creatine ook therapeutisch potentieel heeft bij bepaalde medische aandoeningen. Het zou de spierkracht kunnen vergroten bij mensen met degeneratieve spieraandoeningen en neuromusculaire aandoeningen zoals ALS en Multiple Sclerose. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de neuroprotectieve eigenschappen van creatine bij ziekten als Parkinson en Huntington. Bij ouderen kan creatine, in combinatie met fysieke training, leiden tot een sterke toename van spierkracht en spiermassa, wat de zelfstandigheid kan verbeteren.
Wat gebeurt er met je lichaam na 30 dagen creatinegebruik?
Er zijn echter contra-indicaties voor het gebruik van creatine. Zo mag het niet gebruikt worden voorafgaand aan een bloedtest voor nierfunctieschade, aangezien creatine wordt afgebroken tot creatinine, een marker voor nierinsufficiëntie. Dit kan leiden tot een vals-positieve uitslag.
Laboratoriumparameters en nierfunctie
Verschillende laboratoriumparameters geven inzicht in de nierfunctie. Kreatinine, zoals eerder genoemd, is een belangrijke indicator. De eGFR (estimated glomerular filtration rate) berekent de geschatte snelheid waarmee de glomeruli bloed filteren. Een andere parameter is ureum, dat in de lever ontstaat bij de afbraak van eiwitten en door de nieren wordt uitgescheiden. Een verhoogd ureumgehalte kan eveneens wijzen op een verminderde nierfunctie.
Hieronder een overzicht van relevante laboratoriumwaarden:
| Parameter | Beschrijving | Normaalwaarde (indicatief) |
|---|---|---|
| Kreatinine | Afbraakproduct van creatine, renaal geklaard. | V: 50-100 µmol/L, M: 60-115 µmol/L |
| Ureum | Afbraakproduct van eiwitten, renaal gefiltreerd. | 3-8 mmol/L |
| eGFR (CKDE-EPI) | Geschatte glomerulaire filtratiesnelheid. | > 90 ml/min/1.73m² |
Het is belangrijk op te merken dat normaalwaarden kunnen variëren per laboratorium en dat factoren zoals leeftijd, geslacht en etniciteit de waarden kunnen beïnvloeden. Bij twijfel of specifieke medische vragen is het altijd raadzaam om uw arts te raadplegen.